A2inburgering level
De buurvrouw van boven
Listen to this text
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Ana: komt uit Brazilië. Ze woont sinds een maand in Rotterdam, op de tweede .
- Mevrouw De Wit: de buurvrouw van Ana. Ze is 81 jaar en woont op de derde verdieping, boven Ana.
Tekst
Ana woont sinds een maand in Rotterdam. Ze heeft een klein op de tweede . Er is een lift. Boven haar woont mevrouw De Wit. Ana kent haar nog niet.
Elke ochtend om zes uur hoort Ana iets. Boem. Een deur gaat dicht. Dan er iets . Dan weer een deur: boem.
Ana wordt wakker en kan niet meer slapen. Op haar werk is ze moe.
Na een week is Ana boos. ‘Wat doet die buurvrouw om zes uur?’ denkt ze.
Haar collega Tom zegt: ‘Ga even naar boven. Bel aan en zeg het gewoon. Dat is normaal in Nederland.’
Ana vindt dat moeilijk. In Brazilië doet Ana dat niet.
Op zaterdag gaat Ana naar boven. Ze belt aan bij mevrouw De Wit. De deur gaat langzaam open. Er staat een kleine oude vrouw met een .
‘Dag, ik ben Ana. Ik woon beneden,’ zegt ze. ‘Ik hoor u elke ochtend om zes uur. Boem. En dan rolt er iets.’ Ze van haar eigen woorden.
Maar mevrouw De Wit lacht. ‘Och, kind, het spijt me,’ zegt ze. ‘Dat is mijn rollator. Ik sta om zes uur op. Dan ga ik naar de . En ik maak koffie in de keuken.’
‘Ik loop niet goed meer. De rollator maakt geluid op de . En de deuren doe ik hard dicht.’
‘Vroeger mijn man de koffie.’ Ze kijkt even naar de grond. ‘Hij is vorig jaar .’
Ana zegt even niets. ‘Kom binnen,’ zegt mevrouw De Wit. ‘Wil je koffie?’ Ze zitten een uur in de keuken.
Mevrouw De Wit vertelt over Rotterdam, over haar man en over vroeger. Ana vertelt over Brazilië. Mevrouw De Wit praat langzaam. Ze helpt Ana met de moeilijke woorden.
‘Ik koop een voor de ,’ zegt mevrouw De Wit. ‘En ik laat de deuren open. Jij komt elke zaterdag om tien uur koffie drinken. Dan kun je Nederlands .’
Nu hoort Ana om zes uur alleen nog een klein geluid. Ze en slaapt verder. Elke zaterdag gaat ze naar boven met een stuk . En ze doet de voor mevrouw De Wit.
Questions
Wat hoort Ana elke ochtend om zes uur?
Antwoord
Boem, een deur gaat dicht, en iets rolt heen en weer. Dan weer een deur.
Wat zegt Tom tegen Ana?
Antwoord
Ga naar boven, bel aan en zeg het gewoon. Dat is normaal in Nederland.
Waarom maakt mevrouw De Wit geluid?
Antwoord
Ze loopt met een rollator over de vloer en doet de deuren hard dicht. Ze staat om zes uur op.
Wat doen Ana en mevrouw De Wit op zaterdag?
Antwoord
Ze drinken koffie in de keuken. Ana brengt een stuk taart en doet de boodschappen.
Wat doet mevrouw De Wit tegen het geluid?
Antwoord
Ze koopt een vloerkleed voor de gang en ze laat de deuren open.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| de buurvrouw | (female) neighbor |
| boven | upstairs, above |
| beneden | downstairs, below |
| de verdieping | floor (the ground floor is not counted: tweede verdieping = US third floor) |
| het appartement | apartment |
| de lift | elevator |
| boem | bang, thud |
| rollen | to roll |
| heen en weer | back and forth |
| wakker worden | to wake up |
| moe | tired |
| boos | angry |
| de collega | colleague, coworker |
| even | just, for a moment (softens a request) |
| aanbellen | to ring the doorbell |
| gewoon | simply, just |
| normaal | normal |
| moeilijk | difficult |
| de rollator | rolling walker |
| schrikken | to be startled |
| eigen | own |
| het spijt me | I am sorry |
| kind (och, kind) | dear, child (a warm form of address) |
| opstaan, ik sta op | to get up, I get up |
| de keuken | kitchen |
| de badkamer | bathroom |
| de vloer | floor (inside a room) |
| de deur, de deuren | door, doors |
| hard dichtdoen | to slam shut |
| langzaam | slowly |
| vroeger | in the past, before |
| de man, mijn man | husband, my husband |
| maken, hij maakte | to make, he made (past tense) |
| de grond | the ground, the floor |
| overlijden, hij is overleden | to pass away, he passed away |
| vorig jaar | last year |
| Kom binnen | Come in |
| vertellen | to tell |
| het vloerkleed | rug |
| de gang | hallway |
| oefenen | to practice |
| het geluid | sound, noise |
| lachen | to laugh, to smile |
| zich omdraaien | to turn over |
| verder slapen | to go back to sleep |
| de taart | cake, pie |
| een stuk taart | a piece of cake |
| de boodschappen | groceries |
| boodschappen doen | to do the grocery shopping |