A2inburgering level
Dracula, hoofdstuk 1: Weet u welke dag het is?
Bram Stoker, Dracula (1897), hoofdstuk 1 en het begin van hoofdstuk 2, vertaald en bewerkt op niveau A2 door Dutch Readers
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Jonathan Harker: een jonge Engelsman. Hij werkt voor een advocaat in Londen.
- Mina: de verloofde van Jonathan. Ze woont in Engeland.
- De oude vrouw: de vrouw van de eigenaar van het hotel in Bistritz.
- De koetsier van de postkoets: hij rijdt de postkoets van Bistritz naar de Borgopas.
- De koetsier van de zwarte koets: hij haalt Jonathan op bij de Borgopas. Hij is lang en heeft een grote zwarte hoed. Je ziet zijn gezicht niet.
- Graaf Dracula: een rijke graaf in Transsylvanië. Hij koopt een huis in Londen.
Namen
- Transsylvanië: een gebied in het oosten van Europa, in de bergen. Nu hoort het bij Roemenië.
- De Karpaten: hoge bergen in het oosten van Europa.
- Bistritz: een kleine stad in Transsylvanië.
- De Borgopas: een hoge weg over de Karpaten.
- Sint-Joris: een heilige van de kerk. In Transsylvanië is zijn dag in die tijd op 5 mei.
Dagboek van Jonathan Harker, 4 mei, Bistritz
‘Moet u gaan? O, jonge meneer, moet u echt gaan?’
De oude vrouw staat in de deur van mijn kamer. Haar handen . Ze is de vrouw van de van het hotel.
Gisteren ben ik in Bistritz aangekomen. In het hotel heb ik een brief gekregen. De brief is van Dracula:
‘Welkom in de Karpaten. Ik wacht op u. Morgen gaat de naar de Borgopas. Daar wacht mijn eigen op u. Uw vriend, Dracula.’
Vanochtend heb ik de eigenaar gevraagd: ‘Wie is graaf Dracula?’ Maar de man en zijn vrouw hebben elkaar bang aangekeken. Ze hebben een . Daarna hebben ze niets meer gezegd.
Nu staat de vrouw in mijn kamer.
‘Weet u welke dag het is?’ vraagt ze.
‘Het is 4 mei,’ zeg ik.
‘Ja, ja, dat weet ik. Maar weet u wat voor dag het is?’
Ik begrijp het niet.
‘Vannacht is de nacht voor ,’ zegt ze. ‘Om twaalf uur krijgt het de . Weet u wel waar u heen gaat? En wat daar op u wacht?’
Ze valt op haar . ‘Ga niet,’ zegt ze. ‘Wacht een paar dagen. Alstublieft.’
Ik help haar op te staan. ‘Dank u,’ zeg ik. ‘Maar ik moet gaan. Het is mijn werk.’
Ik werk voor een in Londen. De graaf koopt een oud huis in Londen. Ik breng hem de papieren. Thuis wacht Mina, mijn .
De vrouw doet haar eigen af. Ze hangt het om mijn . ‘Draag het. Doe het voor uw moeder,’ zegt ze zacht. Dan loopt ze snel de kamer uit.
Het is , denk ik. Maar ik voel me niet rustig. Ik doe het kruisje niet af.
Ik schrijf dit in mijn , want de postkoets is te laat. Mina, misschien komt dit boek ooit bij jou, en ik niet. Dag, lieve Mina.
Daar komt de postkoets!
Dagboek van Jonathan Harker, 5 mei, het kasteel
Het is ochtend, maar ik kan niet slapen. Wat is er vannacht gebeurd?
Het begint bij het hotel. Voor de deur staan veel mensen. Ze praten over mij. Ik hoor steeds dezelfde woorden. Ik zoek ze op in mijn : , , , , .
Ik stap in de postkoets. De mensen steken twee vingers naar mij uit. ‘Tegen het ,’ zegt een vrouw naast mij. Het boze oog brengt , denken ze hier. Wat weten ze over de graaf?
Het wordt donker. De weg gaat steeds hoger, door een groot bos. De van de postkoets rijdt heel snel.
Bij de Borgopas stopt de postkoets. Er is niemand. De koetsier kijkt op zijn . ‘We zijn een uur te vroeg,’ zegt hij zacht.
‘Er is geen koets voor u,’ zegt hij tegen mij. ‘Rijd maar mee naar het volgende dorp.’ Hij lijkt blij.
Maar dan horen we paarden. Uit het donker komt een zwarte koets met vier zwarte paarden.
De nieuwe koetsier is een lange man. Hij heeft een bruine en een grote zwarte . Zijn gezicht zie ik niet. Ik zie alleen zijn ogen. In het lamplicht lijken ze rood.
‘Je bent vroeg vannacht, mijn vriend,’ zegt hij tegen de andere koetsier. ‘Maar ik weet alles, en mijn paarden zijn snel.’
Hij lacht. Nu zie ik ook zijn mond: rode en witte tanden. Iemand in de postkoets : ‘De rijden snel.’
De nieuwe koetsier pakt mijn arm en helpt me in zijn koets. Zijn hand is zo sterk als . ‘De nacht is koud,’ zegt hij. ‘Ik zorg goed voor u. Dat wil mijn , de graaf.’
De koets rijdt snel. We komen steeds weer langs dezelfde plek. Waarom doet de koetsier dat?
Ik kijk op mijn horloge. Het is bijna twaalf uur. Ik denk aan de oude vrouw.
Ergens in het bos een . Nog een, en nog een.
Soms zie ik een blauwe tussen de bomen. Dan stopt de koetsier. Hij springt van de koets en loopt naar de vlam.
Nu staat hij tussen mij en de vlam. Toch zie ik het blauwe licht nog. Ik zie het door hem heen.
Weer stopt de koets. De koetsier is weg. De maan .
En dan zie ik ze. Wolven, overal. Ze staan in een om de koets. Ik zie hun witte tanden en hun rode .
De paarden trillen. De wolven zijn helemaal stil. Dat is erger dan het huilen.
Ik roep de koetsier. Ik sla op de deur van de koets. Maar de wolven komen dichterbij.
staat de koetsier daar, midden tussen de wolven. Hij steekt zijn arm omhoog en roept iets, hard en kort. En de wolven luisteren naar hem. Eén voor één lopen ze terug het bos in.
Ik zeg geen woord. Nu trillen mijn handen ook.
Eindelijk rijdt de koets door een grote . Boven mij staat een oud . Het is groot en zwart, een . In de ramen brandt geen licht.
De koetsier helpt me uit de koets. Weer voel ik zijn sterke hand. Hij zet mijn tas bij een grote oude deur. Dan rijdt hij weg, het kasteel in. Nu ben ik alleen.
Ik wacht. Er is geen bel. Is dit een droom? Ik in mijn arm. Nee, ik droom niet.
Dan hoor ik voetstappen. Een draait. De deur gaat langzaam open.
Daar staat een lange oude man. Hij heeft een witte , en hij is helemaal in het zwart. In zijn hand heeft hij een oude zilveren lamp. Hij komt niet naar buiten. Hij staat zo stil als een .
‘Welkom in mijn huis!’ zegt hij. ‘Kom binnen, .’
Ik stap over de . Nu beweegt hij voor het eerst. Hij pakt mijn hand.
Zijn hand is koud als ijs, en heel sterk. Het doet pijn. Het voelt als de hand van een dode.
‘Kom binnen,’ zegt hij. ‘De nacht is koud.’
Zijn hand is net zo sterk als de hand van de koetsier.
‘Bent u graaf Dracula?’ vraag ik.
Hij lacht. Ik zie zijn rode lippen en zijn scherpe witte tanden.
‘Ik ben Dracula.’
Questions
Waarom is de oude vrouw zo bang?
Antwoord
Ze denkt dat deze nacht gevaarlijk is. Om twaalf uur is het kwaad sterk, gelooft ze. Daarom wil ze dat Jonathan een paar dagen wacht.
Waarom gaat Jonathan toch naar het kasteel?
Antwoord
Hij gaat voor zijn werk. Hij moet de graaf de papieren voor het huis in Londen geven.
Wat denken de mensen bij het hotel over de reis, denk je?
Antwoord
Ze denken dat de reis gevaarlijk is. Ze gebruiken woorden als duivel, heks en vampier. En ze maken een teken tegen het boze oog.
Wat doet de koetsier als de wolven om de koets staan?
Antwoord
Hij komt opeens terug en roept iets naar de wolven. Dan lopen de wolven weg.
Wie is de koetsier van de zwarte koets, denk je?
Antwoord
Misschien de graaf zelf. Ze hebben allebei een heel sterke hand. Ze hebben ook allebei rode lippen en scherpe tanden. En ze zeggen allebei: ‘De nacht is koud.’
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| de graaf | count (a nobleman) |
| de eigenaar | owner |
| trillen | to tremble |
| de postkoets | stagecoach |
| de koets | carriage |
| de koetsier | coach driver |
| een kruis slaan | to cross oneself |
| het kruis, het kruisje | cross, small cross |
| Sint-Joris | St. George; St. George's Day |
| het kwaad | evil |
| de macht | power |
| de knie, de knieën | knee, knees |
| de advocaat | lawyer |
| de verloofde | fiancée, fiancé |
| de nek | neck |
| het bijgeloof | superstition |
| het dagboek | diary |
| het woordenboek | dictionary |
| de duivel | devil |
| de hel | hell |
| de heks | witch |
| de weerwolf | werewolf |
| de vampier | vampire |
| het boze oog | the evil eye |
| het ongeluk | bad luck; accident |
| de baard | beard |
| de hoed | hat |
| de lip, de lippen | lip, lips |
| scherp | sharp |
| fluisteren | to whisper |
| de dode, de doden | dead person, the dead |
| het staal | steel |
| de meester | master |
| het horloge | watch |
| de wolf, de wolven | wolf, wolves |
| huilen | to howl (of a wolf); to cry |
| de vlam | flame |
| de kring | circle, ring |
| schijnen | to shine |
| opeens | suddenly |
| de tong, de tongen | tongue, tongues |
| de poort | gate |
| het kasteel | castle |
| de ruïne | ruin |
| knijpen | to pinch |
| de sleutel | key |
| de snor | mustache |
| het beeld | statue (here); picture |
| uit vrije wil | of your own free will |
| de drempel | threshold |