A2 Inburgering level
Storing
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Yara: ze woont al drie jaar in Nederland, in Groningen. Ze wil worden bij een .
- Meneer De Boer: de van de bij een vervoerbedrijf in Leeuwarden. Hij heeft om tien uur een met Yara.
- De oude vrouw: ze heeft een grote en zoekt de bus.
Tekst
Om tien uur had Yara het belangrijkste van het jaar. Om acht uur stond ze op het , en er kwam geen trein. Op het grote stond maar één woord: .
‘Nee,’ zei Yara . ‘Niet vandaag.’
Al een jaar wilde ze worden bij een . Ze had al twaalf keer , en dit was haar eerste . Het gesprek was in Leeuwarden, bij meneer De Boer, de van de . Tussen Groningen en Leeuwarden lag maar één .
In de app stond nog een zin: ‘Bussen in plaats van treinen.’ Yara rende naar buiten. Voor het station stond een oude vrouw met een die bijna zo groot was als zij. ‘Bussen, bussen,’ zei ze. ‘Maar waar dan?’
Een klein naar een om de hoek. De bus naar Leeuwarden ging om tien over acht. Yara kon die bus nog , maar dan moest ze rennen. Ze keek naar de vrouw, en toen naar de koffer.
‘Ik help u,’ zei ze.
De koffer was zo zwaar dat ze hem bijna liet vallen. De vrouw liep langzaam. Toen ze eindelijk om de hoek kwamen, reed de bus net weg.
‘O, ,’ zei de vrouw. ‘Dat was onze bus, hè? Dat komt .’
‘,’ zei Yara, maar haar handen .
De volgende bus ging om twintig voor negen. Volgens de app was hij om tien voor tien in Leeuwarden, als alles goed ging. Terwijl ze op een wachtten, Yara de vragen voor het gesprek. ‘Waarom bent u een goede planner?’
Steeds weer opende ze de route in de app. In de meeste dorpen stopte de bus bij het station. Maar niet overal: soms bij een school, soms bij de supermarkt of de kerk.
‘Je kijkt wel vaak op dat ding,’ zei de vrouw.
‘Ik ben ,’ zei Yara, en ze las de route nog een keer.
De bus kwam op tijd, maar om half tien stond hij in een lange . Toen Yara op de keek, wist ze het: ze kwam te laat.
Op dat moment haar telefoon. ‘Goedemorgen, .’
Yara : bellen in het Nederlands vond ze altijd moeilijk. ‘Meneer De Boer, het spijt me heel erg,’ zei ze snel. ‘Ik sta in de file.’
‘,’ zei hij. ‘Ik bel omdat ik zelf ook te laat kom. Mijn trein heeft een uur , en toen , bij een klein station. Hier zou een bus komen, maar ik zie niets. Ik sta in de regen.’
‘Welk station?’ vroeg Yara.
Hij noemde de naam van het dorp. Yara kende die naam: ze had hem al twintig keer gelezen.
‘In dat dorp stopt de bus niet bij het station,’ zei ze. ‘Hij stopt bij de kerk. Ziet u ergens een ?’
‘Ja, achter de huizen.’
‘Loop naar die kerk, daar is de halte.’
‘En welke bus?’
‘Mijn bus,’ zei Yara. ‘Over een kwartier is hij bij de kerk. Ik zit erin.’
Toen meneer De Boer , trilden haar handen niet meer. Een kwartier later stopte de bus bij een oude kerk. Tien natte mensen stapten in. De laatste was een man in een nat . Yara , en hij kwam naast haar zitten.
‘Twintig jaar werk ik al bij een vervoerbedrijf,’ zei meneer De Boer. ‘En ik wist niet dat hier een bus stopte.’
‘, kind?’ zei de oude vrouw achter hen. ‘Door mij zit je in de goede bus.’
In Leeuwarden renden ze door de regen naar het kantoor. Daar gaf hij haar een en een kop koffie.
‘Zullen we beginnen?’ vroeg Yara, en ze pakte haar .
Meneer De Boer lachte. ‘We zijn om half tien al begonnen,’ zei hij. ‘U heeft een route voor mij gepland, terwijl u zelf in de file stond. Mijn eerste vraag was: waarom bent u een goede planner? Het antwoord weet ik al.’
Nadat ze nog een uur over het werk hadden gepraat, stond hij op. ‘Kunt u volgende week terugkomen? Voor een tweede gesprek, met de .’
‘Graag,’ zei Yara.
‘Met de trein, hoop ik,’ zei hij.
‘Of met de bus,’ zei Yara. ‘Ik weet nu hoe die rijdt.’
Questions
Waarom kon Yara niet met de trein naar Leeuwarden?
Antwoord
Er was een storing. Er reden geen treinen, alleen bussen.
Waarom miste Yara de eerste bus?
Antwoord
Ze hielp een oude vrouw met een zware koffer. Toen ze om de hoek kwamen, reed de bus net weg.
Waarom las Yara de route in de app zo vaak?
Antwoord
Ze was zenuwachtig voor het gesprek.
Waarom belde meneer De Boer?
Antwoord
Hij kwam zelf ook te laat. Hij stond bij een klein station en zag geen bus.
Wat bedoelde meneer De Boer met ‘We zijn om half tien al begonnen’?
Antwoord
Het gesprek begon al aan de telefoon. Yara plande toen een route voor hem. Zo wist hij al dat ze een goede planner was.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| de storing | disruption (of the trains) |
| het gesprek | conversation, job interview |
| het perron | platform |
| het bord | departure board; sign |
| hardop | aloud |
| de planner | planner |
| het vervoerbedrijf | transport company |
| solliciteren | to apply for a job |
| de uitnodiging | invitation |
| de manager | manager |
| de afdeling planning | planning department |
| de spoorlijn | rail line |
| bussen in plaats van treinen | buses instead of trains |
| de koffer | suitcase |
| wijzen, wees | to point, pointed |
| de halte | stop (for a bus) |
| een bus halen | to catch a bus |
| o, kind | oh, dear (to a younger person) |
| door mij | because of me |
| het geeft niet | it does not matter |
| trillen | to shake |
| het bankje | bench |
| oefenen | to practice |
| de route | route |
| zenuwachtig | nervous |
| de file | traffic jam |
| de klok | clock |
| gaan (de telefoon gaat) | to ring (of a phone) |
| het warm krijgen | to feel hot (from nerves) |
| met De Boer (aan de telefoon) | De Boer speaking |
| dat dacht ik al | I thought so |
| stilstaan | to stand still |
| eruit moeten | to have to get out |
| de kerktoren | church tower |
| ophangen, hing op | to hang up (the phone), hung up |
| het pak | suit |
| je hand opsteken | to raise your hand |
| zie je wel | you see, I told you |
| de handdoek | towel |
| het cv | CV, résumé |
| plannen | to plan |
| de directeur | director |
Keep reading
- Next textHet pakje voor nummer 12
More at A2
Chapter
Dracula, hoofdstuk 1: Weet u welke dag het is?
Jonathan Harker reist naar het kasteel van graaf Dracula. Een oude vrouw in het hotel is bang. Ze zegt dat hij niet moet gaan. Hoofdstuk 1 van Dracula, op A2.
KNM
De Afsluitdijk
De Afsluitdijk is 32 kilometer lang en klaar in 1932. Hij maakt van de Zuiderzee het IJsselmeer. Een tekst op A2 uit de Canon van Nederland.
Chapter
Saïdjah en Adinda, hoofdstuk 1: Saïdjah en de buffel
Saïdjah en de buffel van zijn vader zijn vrienden. Maar het districtshoofd neemt de buffels mee. Hoofdstuk 1 van Saïdjah en Adinda, op A2.
Grammar in this text: The past tense