A2inburgering level
Solliciteren: het eerste gesprek
Listen to this text
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Olena: woont in Haarlem. Ze komt uit Oekraïne en leert Nederlands. Ze heeft in Oekraïne in een café gewerkt.
- Peter de Groot: de baas van bakkerij De Groot.
- Noor: een vriendin van Olena uit de taalles. Zij werkt in een winkel.
Tekst
Olena woont sinds een jaar in Haarlem. Ze spreekt al goed Nederlands, maar ze heeft nog geen werk. In Oekraïne heeft ze twee jaar in een café gewerkt. Nu wil ze hier werken.
Op een dag loopt Olena langs bakkerij De Groot. Op het raam hangt een briefje: ‘Wij zoeken een voor de winkel. 24 uur per week.’ Olena maakt een foto van het briefje. Thuis kijkt ze op de website van de bakkerij. Daar staat de nog een keer, met een e-mailadres. Olena wil graag .
Olena schrijft een korte brief. Zo’n brief heet een . Ze schrijft: ‘Ik ben Olena. Ik heb twee jaar in een café gewerkt. Ik wil graag bij u werken.’ Noor leest de brief eerst. ‘Goed zo,’ zegt Noor. ‘Kort en duidelijk.’ Dan stuurt Olena de brief en haar per e-mail.
Twee dagen later krijgt Olena een e-mail. ‘Beste Olena, bedankt voor uw brief. Kunt u donderdag om tien uur komen voor een gesprek?’ Olena is blij en een beetje . Het is haar eerste in het Nederlands.
Donderdag is ze om tien voor tien bij de bakkerij. In Nederland kom je op tijd, dat weet ze. Ze draagt een . Peter de Groot geeft haar een hand. ‘Dag Olena, ik ben Peter de Groot. Zeg maar Peter.’ Olena en Peter gaan zitten in een kleine kamer achter de winkel. Het ruikt er naar brood.
Peter stelt Olena een paar vragen.
‘Waarom wil je hier werken?’ vraagt Peter.
‘Ik hou van mensen en van brood,’ zegt Olena. ‘En ik wil veel Nederlands praten.’
‘Heb je in een winkel?’
‘Ja, twee jaar in een café. Ik heb koffie gemaakt en ik heb met de klanten gepraat.’
‘Kun je ook op zaterdag werken?’
‘Ja, dat kan.’
‘Heb je nog vragen?’ vraagt Peter.
‘Hoe laat begin ik?’ vraagt ze.
‘Om zeven uur,’ zegt Peter. ‘De winkel gaat om acht uur open.’
‘En wat ik?’
Peter noemt een per uur. Olena vindt het goed.
Na een half uur zijn Olena en Peter klaar. ‘Ik bel je morgen,’ zegt Peter.
De volgende ochtend om negen uur gaat haar telefoon. ‘Olena, wil je bij ons komen werken?’ zegt Peter. ‘Je begint met een van een maand.’
‘Ja, graag!’ zegt Olena. Ze heeft een baan. Ze belt meteen Noor.
Questions
Waar ziet Olena de vacature?
Antwoord
Op een briefje op het raam van de bakkerij, en daarna ook op de website.
Wat stuurt Olena naar de bakkerij?
Antwoord
Een korte sollicitatiebrief en haar cv, per e-mail.
Hoe laat is Olena bij de bakkerij?
Antwoord
Om tien voor tien. Het gesprek is om tien uur. In Nederland kom je op tijd.
Welke ervaring heeft Olena?
Antwoord
Ze heeft twee jaar in een café gewerkt. Ze heeft koffie gemaakt en met klanten gepraat.
Wat zegt Peter de volgende ochtend?
Antwoord
Olena mag bij de bakkerij komen werken. Ze begint met een proeftijd van een maand.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| solliciteren | to apply for a job |
| de sollicitatiebrief | cover letter, letter of application |
| het sollicitatiegesprek | job interview |
| het gesprek | conversation, interview |
| de vacature | job opening, vacancy |
| de medewerker | employee, staff member |
| de baas | boss |
| de bakkerij | bakery |
| het werk | work, job |
| de baan | job |
| het briefje | note, small sign |
| het raam | window |
| het e-mailadres | email address |
| de taalles | language class |
| de website | website |
| het cv | CV, résumé |
| Beste Olena (in een e-mail) | Dear Olena |
| goed zo | well done, good |
| duidelijk | clear |
| zenuwachtig | nervous |
| op tijd | on time |
| tien voor tien | ten to ten (9:50) |
| dragen, ze draagt een blouse | to wear, she wears a blouse |
| net, netjes | neat, presentable |
| de blouse | blouse |
| een hand geven | to shake hands |
| zeg maar Peter | just call me Peter |
| ruiken, het ruikt naar brood | to smell, it smells like bread |
| een vraag stellen | to ask a question |
| de ervaring | experience |
| de klant | customer |
| opengaan, de winkel gaat open | to open, the store opens |
| verdienen | to earn |
| noemen, een bedrag noemen | to name, to say (an amount) |
| het bedrag | amount (of money) |
| per uur | per hour |
| klaar | finished, done |
| de telefoon gaat | the phone rings |
| de proeftijd | trial period, probation |
| meteen | right away |