A2inburgering level
Op de markt
Listen to this text
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Kasia: komt uit Polen en woont in Rotterdam.
- De verkopers: de mensen die op de markt groente, kaas, vis en bloemen verkopen.
Tekst
Kasia komt uit Polen en woont in Rotterdam. Het is zaterdag. Ze gaat naar de markt. Elke zaterdag is er een grote markt in het . Er zijn meer dan 100 . Je koopt er groente, fruit, kaas, vis, bloemen en .
Kasia heeft een : tomaten, uien, kaas en bloemen. Haar moeder komt morgen op . De bloemen zijn voor haar.
Bij de groentekraam roept een man: ‘Twee kilo tomaten voor drie euro!’ Hij roept hard. Dat doen alle op de markt. Zo komen er veel . Kasia koopt een kilo tomaten en een kilo . Ze betaalt vier euro. Op de markt is groente goedkoper dan in de supermarkt. En de groente is .
Dan gaat ze naar de kaaskraam. ‘Zegt u het maar,’ zegt de verkoper.
‘Een pond , graag,’ zegt Kasia. Een is 500 gram. Op de markt zeggen Nederlanders vaak ‘een pond’. Jonge kaas is zacht. Oude kaas is hard en sterk.
‘Wilt u ?’ De verkoper geeft haar een stukje kaas.
‘Lekker,’ zegt Kasia.
‘Anders nog iets?’
‘Nee, dat was het.’
‘Dat is dan zes euro vijftig. of ?’
Kasia pint.
Bij de viskraam het naar vis. Mensen eten uit een bakje. Kibbeling is gebakken vis in kleine stukjes, met . Kasia koopt ook een bakje. Een bakje kost vier euro. De vis is warm en lekker.
Dan koopt ze nog bloemen. Een grote bloemen kost maar vijf euro. De vraagt: ‘Voor wie zijn ze?’
‘Voor mijn moeder,’ zegt Kasia.
‘Dan doe ik er een bloem bij.’ Kasia lacht.
Om twaalf uur fietst ze naar huis. Haar zijn vol en zwaar. Maar alles samen kost minder dan twintig euro. En morgen staan er verse bloemen op tafel.
Questions
Waarom koopt Kasia bloemen?
Antwoord
Haar moeder komt morgen op bezoek. De bloemen zijn voor haar moeder.
Waarom roepen de verkopers zo hard?
Antwoord
Zo komen er veel klanten.
Hoeveel is een pond?
Antwoord
500 gram.
Wat is kibbeling?
Antwoord
Gebakken vis in kleine stukjes, met saus.
Hoe betaalt Kasia bij de kaaskraam?
Antwoord
Ze pint. Ze betaalt met haar bankpas, niet contant.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| de markt | market |
| het centrum | city center |
| de kraam, de kramen | market stall, stalls |
| de kleding | clothes |
| het lijstje | (shopping) list |
| het bezoek, op bezoek komen | visit, to come to visit |
| roepen | to shout, to call out |
| de verkoper, de verkopers | seller, sellers |
| de klant, de klanten | customer, customers |
| de ui, de uien | onion, onions |
| vers | fresh |
| goedkoop, goedkoper | cheap, cheaper |
| zegt u het maar | what can I get you? |
| de jonge kaas | young, mild cheese |
| de oude kaas | aged, strong cheese |
| het pond | pound (500 grams) |
| proeven | to taste |
| anders nog iets? | anything else? |
| dat was het | that is all |
| pinnen | to pay by card |
| de pinpas, de bankpas | debit card |
| contant | cash |
| ruiken, het ruikt naar | to smell, it smells of |
| gebakken | fried |
| de kibbeling | kibbeling (pieces of fried fish) |
| het bakje | small tray, tub |
| de saus | sauce |
| de bos bloemen | bunch of flowers |
| de verkoopster | saleswoman |
| extra | extra |
| lachen | to laugh |
| de tas, de tassen | bag, bags |
| zwaar | heavy |