A2 Inburgering level

Geen Engels, alstublieft

Story · 702 words · 5 min · audio

Tap or click an underlined word to see its meaning.

Wie is wie

  • Maria: komt uit Madrid, in Spanje, en woont sinds een jaar in Nederland. Maandag heeft ze haar .
  • Kees: de bakker op de hoek.
  • De zoon van Maria: zeven jaar. Hij is ziek en veel.
  • De vrouw in de bloemenwinkel en de vrouw bij de : ze horen het van Maria en praten meteen Engels.

Tekst

‘! ?’

De vrouw in de lacht vriendelijk en wijst naar de . Maria heeft alleen ‘Goedemorgen, ik wil graag...’ gezegd. Na vier woorden praat de vrouw al Engels.

Maria wijst naar de gele tulpen en betaalt. ‘Dank u wel,’ zegt ze heel duidelijk in het Nederlands.

‘!’

Buiten blijft Maria even staan. Maandag heeft ze haar , dus vandaag wil ze één gesprek helemaal in het Nederlands. Haar Engels is slechter dan haar Nederlands, want op school in Spanje had ze Frans.

De volgende winkel is de . Haar zoon van zeven al drie nachten, en vannacht heeft niemand goed geslapen. Op straat oefent Maria de zin die ze nodig heeft: ‘Ik zoek iets voor mijn zoon, want hij hoest veel.’

Bij de zegt ze de zin langzaam en goed. De vrouw . ‘! ?’

‘Hij is zeven,’ zegt Maria, nog steeds in het Nederlands. ‘En geen Engels, alstublieft. Ik leer Nederlands.’

‘Oh, sorry! Natuurlijk!’ zegt de vrouw. Maar na één zin is het weer Engels.

Maria blijft Nederlands praten, en de vrouw blijft Engels praten, steeds sneller. Dan houdt de vrouw twee flesjes omhoog en stelt een lange vraag die Maria niet begrijpt. Maria weet niet welk flesje goed is voor een kind van zeven. Achter haar wachten nu drie mensen, en haar gezicht wordt warm.

‘,’ zegt ze, en ze loopt met lege handen de winkel uit.

Buiten zegt ze een woord in het Spaans, niet tegen de vrouw maar tegen zichzelf. Over twee dagen is haar examen, en ze kan iets tegen kopen.

Op de hoek is een bakker. Ze heeft nog brood nodig, maar eigenlijk wil ze naar huis. Voor de deur bedenkt ze een plan: ‘Als ik geen Engels spreek, moeten ze wel Nederlands praten.’

Binnen staat de bakker, een grote man met op zijn armen. Hij terwijl hij werkt. Naast de kassa hangen een , een foto van een voetbalteam en een klein met .

‘Goedemorgen!’ zegt hij. ‘’

Maria . ‘,’ zegt ze. ‘Ik spreek alleen Spaans... en een beetje Nederlands.’

De bakker stopt met , en dan lacht hij . ‘! ?’

Maria met open mond. Hij spreekt perfect Spaans, zonder .

‘Madrid,’ zegt ze zacht.

De bakker wijst naar het tegeltje dat naast de kassa hangt. In het Spaans vertelt hij dat hij tien jaar in Valencia heeft gewoond. Het tegeltje komt daar ook vandaan. Eindelijk praat iemand geen Engels tegen Maria. Hij praat Spaans.

Even wil Maria gewoon Spaans praten, want dat is zo makkelijk. Dan voelt ze dat ze rood wordt. ‘Sorry,’ zegt ze langzaam, in het Nederlands. ‘Het was een . Als mensen mijn accent horen, praten ze meteen Engels. Maar maandag heb ik mijn examen, en ik wil Nederlands praten.’

De bakker lacht zo hard dat er meel van zijn armen valt. ‘Ik ben Kees,’ zegt hij, nu in het Nederlands en heel langzaam. ‘Ik heb een idee. Als je hier brood koopt, praat ik langzaam Nederlands met jou, en geen woord Spaans. En jij vertelt mij over Spanje, want dat mis ik.’

‘,’ zegt Maria.

Ze praten nog tien minuten over Spanje en over haar zoon. Alles gaat in het Nederlands, en als Maria een woord zoekt, wacht Kees rustig. ‘Bij de drogist wist ik het woord niet,’ zegt ze. ‘Ik wilde iets tegen de hoest van mijn zoon.’

‘,’ zegt Kees. ‘Zeg maar: “Ik wil graag hoestdrank voor een kind van zeven.”’

Maria oefent de zin drie keer, net als op straat. Dan koopt ze haar brood. Nu kan ze terug naar de drogist.

Bij de deur . Kees met een . ‘ zaterdag!’ roept hij.

‘Tot zaterdag!’ roept Maria terug.

Questions

  1. Wat wil Maria vandaag, en waarom?

    Antwoord

    Ze wil één gesprek helemaal in het Nederlands, want maandag heeft ze haar spreekexamen.

  2. Waarom koopt Maria niets bij de drogist?

    Antwoord

    De vrouw praat snel Engels, ook als Maria om Nederlands vraagt. Maria begrijpt de vraag van de vrouw niet en weet niet welk flesje goed is voor haar zoon.

  3. Wat is het trucje van Maria bij de bakker?

    Antwoord

    Ze zegt dat ze geen Engels spreekt, alleen Spaans en een beetje Nederlands.

  4. Waarom lukt het trucje niet?

    Antwoord

    Kees spreekt perfect Spaans, want hij heeft tien jaar in Valencia gewoond.

  5. Wat spreken Kees en Maria af?

    Antwoord

    Als Maria brood koopt, praat Kees langzaam Nederlands met haar, en zij vertelt hem over Spanje.

Word list

DutchEnglish
de bloemenwinkelflower shop
de tulp, de tulpentulip, tulips
het spreekexamen, het examenspeaking exam, exam
het gesprekconversation
de drogistdrugstore (a shop for soap and simple medicines)
hoestento cough
de hoestcough
oefenento practice
de kassacheckout, register
knikkento nod
het flesjesmall bottle
laat maarnever mind
met lege handenempty-handed
lelijkugly; rude (of a word)
nog niet eensnot even
de bakkerbaker; bakery (the shop)
het meelflour
neuriënto hum
de kalendercalendar
blauw-witblue and white
de tegel, het tegeltjetile, small tile
de sinaasappelboomorange tree
Wat mag het zijn?What would you like? (in a shop)
diep adem halento take a deep breath
breed lachento smile broadly
aankijkento look at (someone)
het accentaccent
daar vandaan komento come from there
het trucjetrick
afgesprokendeal, agreed
rustigcalmly, patiently
de hoestdrankcough syrup
omkijkento look back
zwaaien (met)to wave (something)
het stokbroodbaguette

Keep reading

More at A2

  • Chapter

    Dracula, hoofdstuk 1: Weet u welke dag het is?

    Jonathan Harker reist naar het kasteel van graaf Dracula. Een oude vrouw in het hotel is bang. Ze zegt dat hij niet moet gaan. Hoofdstuk 1 van Dracula, op A2.

    1,085 words · 5 min · audio

  • KNM

    De Afsluitdijk

    De Afsluitdijk is 32 kilometer lang en klaar in 1932. Hij maakt van de Zuiderzee het IJsselmeer. Een tekst op A2 uit de Canon van Nederland.

    455 words · 3 min · audio

  • Chapter

    Saïdjah en Adinda, hoofdstuk 1: Saïdjah en de buffel

    Saïdjah en de buffel van zijn vader zijn vrienden. Maar het districtshoofd neemt de buffels mee. Hoofdstuk 1 van Saïdjah en Adinda, op A2.

    1,106 words

Grammar in this text: Niet and geen