A1 Початковий
Fietsles
Торкніться підкресленого слова або натисніть на нього, щоб побачити значення.
Wie is wie
- Tesfay: woont in Den Bosch. Hij loopt elke dag naar zijn werk, 40 minuten.
- Selam: de dochter van Tesfay. Ze is negen en ze fietst elke dag naar school.
Tekst
De fiets staat al een maand in de . Tesfay heeft hem gekocht, voor 60 euro. Hij kijkt naar de fiets. De fiets kijkt terug.
Tesfay woont met zijn dochter Selam in Den Bosch. Selam is negen.
Hier fietst iedereen: kinderen, oma's, mannen in . Selam fietst ook. Ze heeft het op het geleerd.
Maar Tesfay kan niet fietsen. had hij geen fiets. Hij heeft het nooit geleerd.
Hij loopt elke dag naar zijn werk. Ook in de regen. Veertig minuten , veertig minuten terug.
Soms fietst Selam hem, school. ‘, !’ roept ze.
Op zijn werk vraagt een : ‘Waar is je fiets?’
‘Lopen is ,’ zegt Tesfay. Niemand mag weten dat hij niet kan fietsen.
Zondag staat Tesfay om zes uur op. Selam slaapt nog. Hij neemt de fiets mee naar het park. Het park is en niemand ziet hem.
Hij gaat op het zitten. Hij met één voet tegen de grond. De fiets rijdt.
Eén meter, twee meter, drie meter. Dan valt hij.
Hij probeert het nog een keer, en nog een keer. Om acht uur is hij thuis.
Hij heeft een in zijn . Zijn is . Hij zegt niets.
Bij het ontbijt ziet Selam het gat. Ze ziet de blauwe knie. Dan kijkt ze naar de fiets. Aan de zit .
‘Papa,’ zegt ze. ‘Heeft u gefietst?’
Tesfay kijkt naar zijn brood, niet naar Selam. Hij zegt niets. Dan hij.
Selam lacht niet. ‘Ik help u,’ zegt ze. ‘Ik weet .’
Die middag gaan ze naar het lege schoolplein. Tesfay zit op de fiets. Selam staat achter hem en het zadel vast.
‘Mijn zegt: “Kijk , niet naar je voeten,”’ zegt Selam. ‘En , trappen, trappen.’
Tesfay kijkt vooruit en trapt. De fiets rijdt . ‘Hou je me vast?’ vraagt hij.
‘Ja!’ roept Selam.
Eén , twee rondjes. Tesfay voelt de wind. Hij fietst! Drie rondjes.
Dan hoort hij Selam, ver achter hem. ‘Papa! Ik hou u niet meer vast!’
Tesfay om. Hij valt.
Hij ligt op de grond en lacht. Selam lacht ook. ‘Nog een keer,’ zegt ze.
Een maand later is de gang leeg. Tesfay fietst naar zijn werk. Vijftien minuten heen, vijftien minuten terug.
Bij de school fietst hij langs Selam. ‘Doei, Selam!’ roept hij. Hij kijkt niet om. Hij kijkt vooruit.
Запитання
Hoe gaat Tesfay elke dag naar zijn werk?
Відповідь
Hij loopt. Veertig minuten heen en veertig minuten terug, ook in de regen. Hij kan niet fietsen.
Waarom gaat Tesfay die zondag om zes uur naar het park?
Відповідь
Dan is het park leeg. Niemand ziet hem, en Selam slaapt nog.
Wat ziet Selam bij het ontbijt?
Відповідь
Een gat in de broek van haar vader en een blauwe knie. Aan de wielen van de fiets zit gras.
Waarom valt Tesfay op het schoolplein?
Відповідь
Selam roept: ‘Ik hou u niet meer vast!’ Tesfay kijkt om, en dan valt hij.
Hoe gaat Tesfay een maand later naar zijn werk?
Відповідь
Op de fiets. Vijftien minuten heen, vijftien minuten terug.
Словник
| Нідерландською | Українською |
|---|---|
| de fiets | велосипед |
| fietsen | їздити на велосипеді |
| de gang | коридор |
| tweedehands | вживаний |
| het pak | костюм |
| iedereen | усі, кожен |
| het schoolplein | шкільне подвір’я |
| leren | вчитися |
| als kind | у дитинстві |
| de regen | дощ |
| heen | туди |
| langs | повз |
| op weg naar | по дорозі до |
| roepen | кликати, гукати |
| doei | бувай |
| de papa | тато |
| de collega | колега |
| gezond | здоровий, корисний |
| niemand | ніхто |
| leeg | порожній |
| opstaan, staat ... op | вставати |
| meenemen, neemt ... mee | брати з собою |
| het zadel | сідло |
| duwen | штовхати |
| de grond | земля |
| rijden | їхати |
| vallen | падати |
| proberen | пробувати |
| nog een keer | ще раз |
| het gat | дірка |
| de broek | штани |
| de knie | коліно |
| blauw | синій; тут: у синцях |
| het ontbijt | сніданок |
| het wiel, de wielen | колесо, колеса |
| het gras | трава |
| knikken | кивати |
| helpen | допомагати |
| hoe het moet | як це робити |
| vasthouden, houdt ... vast, hou ... vast | тримати |
| de juf | вчителька |
| vooruit | вперед |
| trappen | крутити педалі |
| langzaam | повільний, повільно |
| het rondje | коло |
| de wind | вітер |
| ver | далеко |
| omkijken, kijkt ... om | озиратися |
Читайте далі
- Попередній текстGefeliciteerd
- Наступний текстControle
Інші тексти рівня A1
Оповідання
De volle broodtrommel
Омар щодня кладе в ланчбокс сина рис із куркою. І щодня ланчбокс повертається повним. Оповідання рівня A1 про обід у школі.
Оповідання
Geen stroom
Амара живе в Заандамі. О сьомій до неї вперше прийдуть на вечерю батьки її хлопця. О пів на сьому на кухні стає темно. Оповідання рівня A1 про електрику вдома.
Оповідання
De grijze bak
Рахул лише місяць живе в Алкмарі. У вівторок увечері всі баки, виставлені на вулицю, порожні, крім його сірого бака, а він пахне рибою. Оповідання рівня A1 про сміття.
Граматика в цьому тексті: Перфект: hebben або zijn і дієприкметник у кінці