A1 Початковий
De volle broodtrommel
Торкніться підкресленого слова або натисніть на нього, щоб побачити значення.
Wie is wie
- Omar: de vader van Ilyas. Hij woont met Ilyas in Almere. Hij kookt .
- Ilyas: de zoon van Omar. Hij is zeven jaar en hij zit in .
Tekst
De is weer vol. en . Ilyas heeft niets gegeten.
Omar kijkt naar Ilyas. Ilyas kijkt naar de grond.
Ilyas zit de zomer op een Nederlandse school. Elke ochtend maakt Omar warme rijst en kip voor Ilyas. Dat is het van Ilyas. Thuis eet hij altijd twee borden vol.
Elke ochtend brengt Omar hem naar school. Bij het staat een jongen uit zijn groep. Hij eet een met kleine bruine .
Ilyas kijkt naar de boterham. Omar zegt ‘dag’ en gaat naar huis.
Nu, na school, vraagt Omar: ‘Is het niet lekker?’
‘,’ zegt Ilyas. Meer zegt hij niet.
De volgende dag maakt Omar weer kip. Met veel rode , want Ilyas vindt rode saus lekker. Na school kijkt Omar in de broodtrommel. Vol.
Die avond zit Omar lang in de keuken. Hij kookt goed. Dat weet hij. Waarom eet Ilyas niet?
Maandag staat de bij het hek. Omar vraagt: ‘Eet Ilyas iets op school?’
‘Gaat u dinsdag mee naar het park?’ vraagt de juf. ‘We hebben nog een nodig. Dan ziet u het zelf.’
‘Ja, graag,’ zegt Omar.
Die dinsdag zitten 26 kinderen in het . ‘Lunch!’ roept de juf. De kinderen doen hun broodtrommel open.
Omar kijkt. Brood, brood, brood. Brood met kaas, brood met , brood met de kleine bruine stukjes. Omar telt: 25 kinderen, 25 keer brood.
En Ilyas? Hij zit alleen. Zijn broodtrommel is dicht. Hij eet niets.
Omar kijkt naar al het brood. Dan kijkt hij naar Ilyas. Nu begrijpt hij het.
Die middag staat Omar in de supermarkt. Hij zoekt de kleine bruine stukjes. Hij vindt een : .
Bruine, witte, . Omar kiest de bruine.
De volgende ochtend maakt Omar . Brood, boter, hagelslag. Ilyas kijkt naar zijn lunch. Hij zegt niets, maar hij lacht.
Na school is de broodtrommel leeg. Helemaal leeg. Alleen nog een paar kleine bruine stukjes.
Vrijdag staat Ilyas bij het hek. Naast de jongen uit zijn groep. Ze praten en lachen.
Na school vraagt Ilyas: ‘Mag ik maandag weer rijst meenemen?’
‘Echt?’ zegt Omar. ‘Geen hagelslag?’
‘ hagelslag. En een rijst met kip. En een tweede bakje.’
‘Een tweede bakje? Voor wie?’
‘Voor mijn vriend. De jongen van het hek. Hij wil ook rijst met kip.’
Omar lacht. Maandag maakt hij boterhammen met hagelslag. En twee bakjes rijst. Met kip en veel rode saus.
Запитання
Wat maakt Omar elke ochtend voor Ilyas?
Відповідь
Warme rijst en kip. Dat is het lievelingseten van Ilyas.
Wat eet de jongen bij het hek?
Відповідь
Een boterham met kleine bruine stukjes: hagelslag.
Waarom gaat Omar mee naar het park?
Відповідь
De juf heeft nog een hulpouder nodig. En Omar wil zien: eet Ilyas iets op school?
Waarom eet Ilyas niet op school?
Відповідь
De andere kinderen eten allemaal brood. Alleen Ilyas heeft rijst. Hij wil ook brood.
Voor wie is het tweede bakje rijst?
Відповідь
Voor de vriend van Ilyas, de jongen van het hek.
Словник
| Нідерландською | Українською |
|---|---|
| de broodtrommel, de broodtrommels | ланчбокс, ланчбокси |
| vol | повний |
| leeg | порожній |
| de rijst | рис |
| de kip | курка |
| de grond | земля, підлога |
| graag | охоче, із задоволенням |
| groep 4 | група 4 (другий клас) |
| sinds | з (якогось часу) |
| de lunch | обід, ланч |
| het lievelingseten | улюблена страва |
| het bord, de borden | тарілка, тарілки |
| het hek | хвіртка, паркан |
| de boterham, de boterhammen | бутерброд, бутерброди |
| het stukje, de stukjes | шматочок, шматочки |
| lekker | смачний |
| jawel | та ні, таки так (у відповідь на заперечне питання) |
| de saus | соус |
| opendoen, doet ... open | відкривати |
| de juf | вчителька |
| de hulpouder | батько-помічник, мати-помічниця |
| meegaan, gaat ... mee | іти разом, супроводжувати |
| nodig hebben | потребувати |
| zelf | сам, сама |
| het park | парк |
| het gras | трава |
| de pindakaas | арахісова паста |
| tellen | рахувати |
| dicht | закритий |
| begrijpen | розуміти |
| heel, hele | цілий |
| de plank | полиця |
| de hagelslag | посипка для хліба |
| zelfs | навіть |
| gekleurd | кольоровий |
| kiezen | вибирати |
| de boter | масло |
| een paar | кілька |
| alleen | сам, на самоті; лише |
| meenemen, neemt ... mee | брати з собою |
| wel | таки, все-таки (заперечує «geen» або «niet»: «Без посипки?» «Та ні, і посипку.») |
| het bakje, de bakjes | контейнер, контейнери |
| de vriend | друг |
Читайте далі
- Попередній текстGeen stroom
Інші тексти рівня A1
Оповідання
Controle
Вей у Бреді вперше робить покупки з ручним сканером. Наприкінці на екрані написано: перевірка. Оповідання рівня A1 про самостійне сканування в супермаркеті.
Оповідання
Fietsles
Тесфай живе в Ден Босі зі своєю донькою Селам. Усі їздять на велосипедах, Селам теж, але Тесфай щодня ходить на роботу пішки. Оповідання рівня A1 про велосипед у коридорі.
Оповідання
Gefeliciteerd
Кофі вже рік живе в Апелдорні. Його сусідці Венді виповнюється 40, і вона кличе його на своє свято. Оповідання рівня A1 про нідерландський день народження.
Граматика в цьому тексті: Множина закінчується на -en або -s