A1 Початковий
Melk op zondag
Торкніться підкресленого слова або натисніть на нього, щоб побачити значення.
Wie is wie
- Pedro: woont nu een week in een dorp in Friesland. Zondag komt zijn eerste bezoek.
- Gea: heeft een in het dorp, met .
- De buurvrouw: woont naast Pedro. Ze komt zondag om tien uur op de koffie.
Tekst
Het is zondag, negen uur. Om tien uur komt de buurvrouw . Pedro pakt de melk. De fles is .
Pedro woont nu een week in een dorp in Friesland. Achter de huizen staan in de . In het dorp kent Pedro nog niemand, alleen de buurvrouw. Ze is zijn eerste bezoek.
Gisteren heeft ze gezegd: ‘Ik kom morgen om tien uur op de koffie. Ik drink koffie met veel melk! En niet uit de supermarkt, hoor.’
Pedro heeft dat niet goed begrepen. Hij kent de woorden ‘melk’ en ‘supermarkt’. Hij heeft gezegd: ‘Ja, goed!’
Nu staat de tafel klaar: twee kopjes, , suiker. Maar er is geen melk. ‘Veel melk,’ denkt Pedro. Hij pakt zijn jas.
Hij loopt snel naar de supermarkt. De straat is leeg.
Hij loopt langs een . Aan de weg staat een : ‘’. Pedro kent het woord niet en loopt verder.
De supermarkt is dicht. Op de deur staat: ‘Zondag van 12.00 tot 18.00 uur.’ Twaalf uur, dat is te laat!
Pedro loopt terug, zonder melk. Bij de boerderij staat het bord weer: ‘Melktap’.
Pedro leest het woord nog een keer. Melk. . In de van de boerderij zit een .
Op de machine staat: ‘1 euro. Eigen fles.’ Een fles! Zijn fles staat thuis.
Hij naar huis. De lege fles staat nog op tafel. Hij pakt de fles en rent terug.
Pedro zet de fles onder de tap. Hij doet een euro in de machine. Hij drukt op de . De fles loopt vol.
Een vrouw komt uit de boerderij. Ze heeft aan.
‘Hallo, ik ben Gea,’ zegt ze. ‘Dat is melk van onze koeien. Van . U moet de melk thuis eerst .’
Ze wijst naar de wei. Pedro kijkt naar de koeien. ‘O,’ denkt hij. ‘Niet uit de supermarkt.’
‘Dank u wel,’ zegt Pedro. Hij loopt snel naar huis. Het is bijna tien uur.
Thuis kookt Pedro de melk. Om tien uur komt de buurvrouw. Ze drinkt koffie met veel melk.
‘Lekker!’ zegt de buurvrouw. ‘Dit is melk van Gea. Je woont hier pas een week. En je kent de melktap al!’
Pedro kijkt naar buiten. Achter het huis staan de koeien. ‘Op zondag is het dorp dicht,’ zegt hij. ‘Maar de koeien niet.’
Запитання
Wat heeft de buurvrouw gisteren gezegd?
Відповідь
Ze komt om tien uur op de koffie. Ze drinkt koffie met veel melk, en niet uit de supermarkt.
Wat staat er op de deur van de supermarkt?
Відповідь
‘Zondag geopend van 12.00 tot 18.00 uur.’ Dat is te laat voor Pedro.
Wat staat er op het houten bord bij de boerderij?
Відповідь
‘Melktap’. Pedro kent het woord eerst niet.
Waarom rent Pedro naar huis?
Відповідь
De machine vraagt een eigen fles. De fles van Pedro staat thuis op tafel.
Van wie is de melk, en wat moet Pedro thuis doen?
Відповідь
Van Gea. Het is melk van haar koeien. Thuis moet hij de melk eerst koken.
Словник
| Нідерландською | Українською |
|---|---|
| de melk | молоко |
| de buurvrouw | сусідка |
| op de koffie komen | прийти на каву |
| leeg | порожній |
| het dorp | село |
| de koe, de koeien | корова, корови |
| de wei | луг, пасовище |
| niemand | ніхто |
| het bezoek | гість, візит |
| de supermarkt | супермаркет |
| hoor | знаєш (пом'якшувальне слово в кінці речення) |
| begrijpen | розуміти |
| het koekje | печиво |
| dicht | зачинений |
| de boerderij | ферма |
| houten | дерев'яний |
| het bord | табличка, вивіска |
| de melktap | молокомат |
| de tap | кран |
| het woord | слово |
| verder lopen | іти далі |
| geopend | відкрито |
| te laat | запізно |
| de muur | стіна |
| de machine | автомат, машина |
| eigen | власний |
| de fles | пляшка |
| rennen | бігти |
| de knop | кнопка |
| drukken op | натискати на |
| vol | повний |
| de laars, de laarzen | чобіт, чоботи |
| aan hebben | бути в (одязі), носити |
| vanochtend | сьогодні вранці |
| koken | кип'ятити |
| wijzen naar | вказувати на (вказати на) |
| pas | лише |
| lekker | смачний; смачно! |
Читайте далі
- Попередній текстDe deur
- Наступний текстKaart geweigerd
Інші тексти рівня A1
Оповідання
Een uur te vroeg
Катерина лише три тижні працює в будинку для літніх людей у Тілбурзі. У понеділок вона біжить на роботу, але двері зачинені. Оповідання рівня A1 про час і годинник.
Граматика в цьому тексті: Дієслово стоїть на другому місці