A1 Початковий
Kaart geweigerd
Торкніться підкресленого слова або натисніть на нього, щоб побачити значення.
Wie is wie
- Fatou: de moeder. Haar dochter wordt morgen zes jaar.
- Daan: werkt in de supermarkt. Hij helpt Fatou.
Tekst
‘,’ zegt de . Fatou kijkt naar haar . Achter haar staan zes mensen.
Morgen is het van haar dochter. Haar dochter wordt zes jaar. Tien kinderen komen naar het feest.
Fatou heeft al weken in haar . Een van school, een brief van de .
Er is ook een van de . Fatou heeft de envelop nog niet . Elke dag denkt ze: ‘Post van de bank is altijd een . Niet nu.’
Nu staat ze bij de van de supermarkt. Haar is vol: een grote , , , , . Dat is samen 48 euro.
‘Wilt u het nog een keer ?’ vraagt Daan. Daan zit achter de kassa en wacht . Fatou nog een keer, nu heel .
‘Kaart geweigerd,’ zegt de machine weer. Achter Fatou staan nu acht mensen in de . De man achter haar kijkt op zijn telefoon. Fatou wordt rood.
‘Kunt u betalen?’ vraagt Daan. ‘Ik heb alleen twintig euro,’ zegt Fatou . Twintig euro is niet .
‘U kunt ook iets ,’ zegt Daan. Fatou denkt aan haar dochter. Morgen vraagt haar dochter: ‘Waar is de taart?’
Maar de taart is heel . Fatou geeft de taart aan Daan. Dan geeft ze de chips en het snoep.
De man achter haar .
Fatou zoekt de twintig euro in haar tas. Dan voelt ze de envelop van de bank. ‘Een rekening,’ denkt ze weer.
Fatou zucht. Ze is bang. Maar ze maakt de envelop open.
Geen rekening. Een nieuwe kaart.
Fatou kijkt weer naar haar oude kaart. Op de kaart staat: ‘ 09/26.’ 09 is september. Het is oktober, dus de oude kaart niet meer.
Daan kijkt ook. ‘,’ zegt hij. Hij pakt de taart, de chips en het snoep weer. Het is weer 48 euro.
Fatou pint met de nieuwe kaart. De nieuwe kaart werkt .
‘Wilt u een ?’ vraagt Daan. ‘Ja, ,’ zegt Fatou.
De man achter haar lacht nu. ‘,’ zegt hij. ‘Met mijn .’
Запитання
Waarom koopt Fatou een taart, chips en ballonnen?
Відповідь
Morgen is het feest van haar dochter. Haar dochter wordt zes jaar. Tien kinderen komen naar het feest.
Hoeveel geld heeft Fatou contant, en hoeveel kost alles samen?
Відповідь
Ze heeft twintig euro contant. Dat is samen 48 euro.
Wat geeft Fatou aan Daan?
Відповідь
Eerst de taart, want die is heel duur. Dan de chips en het snoep.
Waarom zegt de machine ‘Kaart geweigerd’?
Відповідь
Fatou pint met de oude kaart. Op die kaart staat ‘Geldig t/m 09/26’. De kaart is niet meer geldig.
Waarom maakt Fatou de envelop van de bank eerst niet open?
Відповідь
Ze denkt dat het een rekening is. Maar in de envelop zit een nieuwe kaart.
Словник
| Нідерландською | Українською |
|---|---|
| de kaart | картка |
| geweigerd, weigeren | відхилено, відхиляти |
| de machine | термінал, автомат |
| pinnen | розраховуватися карткою |
| contant | готівка, готівкою |
| geldig t/m (tot en met) | дійсний до |
| het bonnetje, de bon | чек |
| de rij | черга |
| de kassa | каса |
| het feest | свято |
| de post | пошта |
| de brief | лист |
| de tandarts | стоматолог |
| de bank | банк |
| de rekening | рахунок |
| rustig | спокійний, спокійно |
| de envelop | конверт |
| de tas | сумка |
| de winkelwagen | візок для покупок |
| de taart | торт |
| de chips | чипси |
| het sap | сік |
| het snoep | солодощі |
| de ballon, de ballonnen | кулька, кульки |
| proberen | пробувати |
| langzaam | повільний, повільно |
| zacht | м'який, тихий; тихо |
| genoeg | достатньо |
| terugleggen | покласти назад |
| duur | дорогий |
| zuchten | зітхати |
| hard | голосний, голосно |
| openmaken, maakt ... open, opengemaakt | відкривати |
| ah | ага, ясно |
| meteen | одразу |
| werken, het werkt | працювати |
| graag | з радістю, будь ласка |
| dat is mij ook een keer gebeurd | зі мною таке теж було |
| de Museumkaart | музейна картка |
Читайте далі
- Попередній текстMelk op zondag
Інші тексти рівня A1
Оповідання
De deur
Лука поливає рослини на балконі. Раптом двері за ним зачиняються, а о четвертій у нього співбесіда. Оповідання рівня A1 про двері й нове слово.
Оповідання
Een uur te vroeg
Катерина лише три тижні працює в будинку для літніх людей у Тілбурзі. У понеділок вона біжить на роботу, але двері зачинені. Оповідання рівня A1 про час і годинник.
Граматика в цьому тексті: Дієслово стоїть на другому місці