A2 Inburgering level

Sint-Maarten

Story · 689 words · 5 min · audio

Tap or click an underlined word to see its meaning.

Wie is wie

  • Nour: woont sinds de zomer met haar zoon in Hoorn. Ze leert Nederlands.
  • Adam: de zoon van Nour, acht jaar. Hij zit sinds september in een nieuwe klas.
  • Lotte: de dochter van de . Ze is net zo oud als Adam.

Tekst

De bel gaat. Voor de deur staan twee kinderen met , een jongen en een meisje. Ze zingen. Nour één woord: . Dan .

Het is woensdag 11 november, zes uur ’s avonds. Nour woont sinds de zomer in Hoorn, en dit feest kent ze niet. Ze loopt snel naar de keuken. Daar pakt ze het enige dat ze heeft: een appel. Het meisje kijkt naar de appel en vraagt: ‘Heeft u geen ? Of ?’

‘Nee, sorry,’ zegt Nour, maar het meisje doet de appel toch in haar tas. De kinderen lopen naar het volgende huis, en daar zingen ze weer.

Tien minuten later gaat de bel weer. Drie kinderen met lampionnen zingen hetzelfde liedje en houden hun hand op. Nour heeft geen snoep. ‘Sorry,’ zegt ze. Een kwartier later staan er vijf kinderen voor de deur, en weer zegt ze: ‘Sorry.’ De kinderen kijken naar elkaar en lopen weg.

Nour blijft bij de open deur staan. Het huis aan de is donker, en daar de kinderen niet aan. Ze lopen er gewoon langs, naar het volgende huis met licht. Nour begrijpt het: een donker huis betekent dat er geen snoep is. Ze doet het licht in de uit en gaat in de keuken zitten. De bel blijft stil.

Adam, haar zoon, is op . Hij zit sinds september in een nieuwe klas. Vorige week was hij twee dagen ziek. Maandag zei hij: ‘Toen ik ziek was, heeft de klas iets gemaakt met en .’ Nour dacht dat het was.

Vanmiddag zag ze Lotte, de dochter van de , met een lamp aan een . Lotte liep ermee naar binnen, en Nour dacht dat het een lamp was.

Om half zeven komt Adam thuis van zwemles. Zijn haar is nog nat. Hij staat in de donkere gang. ‘? Waarom is het licht uit?’

‘Er waren kinderen aan de deur,’ zegt Nour. ‘Met lampionnen en een liedje. Ik had niets.’ Adam zegt eerst niets.

Dan zegt hij zacht: ‘Iedereen uit mijn klas is buiten, allemaal met een lampion. Ik heb ze gezien toen ik over de brug fietste.’ Hij gaat op de zitten, met zijn jas nog aan. ‘De heeft het liedje de hele week gezongen. Ik dacht dat het een liedje voor school was.’

Nu begrijpt Nour het. De lamp van Lotte was een lampion, en de potjes met kaarsjes ook. Iedereen hier kent de regels, denkt ze, alleen ik niet. Adam kijkt naar zijn schoenen en zegt niets meer.

‘Wacht,’ zegt Nour. Ze pakt een lege uit de kast en maakt hem schoon. In de ligt een kaarsje, en in de vindt ze een stuk . Nour het ijzerdraad om de pot, en Adam zet het kaarsje erin. Het is geen mooie lampion, maar hij geeft licht.

‘Ken je het liedje?’ vraagt Nour. Adam kent het en zingt het in de keuken. ‘Sint Maarten, Sint Maarten, de hebben , de meisjes hebben aan, daar komt aan.’

Nour kijkt op de : . De supermarkt sluit om acht uur. Ze rent. Tien minuten later is ze terug met een snoep en een mandarijnen.

Om half acht gaan ze samen naar buiten. Nour doet eerst het licht in de gang weer aan. Adam heeft zijn lampion in zijn hand.

Bij het huis van Lotte belt Adam aan. Hij zingt helemaal alleen, en hij zingt . Hij kijkt niet naar zijn schoenen, maar naar de deur. De buurvrouw lacht en geeft Adam een snoep. Nour krijgt ook een handvol.

Thuis laat Nour het licht in de gang aan, en er komen nog drie groepen kinderen. Nour geeft snoep en mandarijnen. Adam zet zijn jampot op de tafel bij het raam. ‘Volgend jaar maken we twee lampionnen,’ zegt hij. ‘Eén voor jou.’

Questions

  1. Wat geeft Nour aan de eerste twee kinderen?

    Antwoord

    Een appel. Het meisje wil liever snoep of mandarijnen.

  2. Waarom doet Nour het licht in de gang uit?

    Antwoord

    Ze heeft geen snoep voor de kinderen. Bij het donkere huis aan de overkant bellen de kinderen niet aan, dus doet ze hetzelfde.

  3. Waarom heeft Adam geen lampion?

    Antwoord

    Hij is nieuw in de klas en hij was ziek toen de klas de lampionnen maakte, de potjes met kaarsjes. Hij dacht dat het liedje iets voor school was.

  4. Waar maken Nour en Adam een lampion van?

    Antwoord

    Van een lege jampot, een kaarsje en een stuk ijzerdraad.

  5. Wat wil Adam volgend jaar doen?

    Antwoord

    Twee lampionnen maken: één voor hem en één voor Nour.

Word list

DutchEnglish
de beldoorbell, bell
de lampionlantern (for Sint-Maarten)
verstaanto understand (what you hear)
Sint-MaartenSaint Martin's Day, 11 November
Sinte MaartenSaint Martin (the old form of Sint, in the song)
zijn hand ophoudento hold out your hand
de snoepcandy
de mandarijn, de mandarijnenmandarin, mandarins
het kwartierquarter of an hour
de overkantother side (of the street)
aanbellento ring the doorbell
donkerdark
de ganghallway
de zwemlesswimming lesson
het potjelittle jar
het kaarsjelittle candle
knutselento do crafts, to make things by hand
de buurvrouwneighbor (the woman next door)
de stokstick
natwet
mamMom
zachtsoftly, quietly
de trapstairs
de jufteacher (at primary school)
de jampotjam jar
de ladrawer
de schuurshed
het ijzerdraadwire
draaiento turn; here: to wind (around)
uit zijn hoofd kennento know by heart
de koe, de koeiencow, cows
de staart, de staartentail, tails
het rokjeskirt
de klokclock
kwart over zevena quarter past seven
rennento run
de zakbag
het netjenet, net bag
hardloudly (also: hard)
de handvolhandful

Keep reading

More at A2

  • Chapter

    Dracula, hoofdstuk 1: Weet u welke dag het is?

    Jonathan Harker reist naar het kasteel van graaf Dracula. Een oude vrouw in het hotel is bang. Ze zegt dat hij niet moet gaan. Hoofdstuk 1 van Dracula, op A2.

    1,085 words · 5 min · audio

  • KNM

    De Afsluitdijk

    De Afsluitdijk is 32 kilometer lang en klaar in 1932. Hij maakt van de Zuiderzee het IJsselmeer. Een tekst op A2 uit de Canon van Nederland.

    455 words · 3 min · audio

  • Chapter

    Saïdjah en Adinda, hoofdstuk 1: Saïdjah en de buffel

    Saïdjah en de buffel van zijn vader zijn vrienden. Maar het districtshoofd neemt de buffels mee. Hoofdstuk 1 van Saïdjah en Adinda, op A2.

    1,106 words

Grammar in this text: Separable verbs split in two