A2 Inburgering level

Luizen

Story · 691 words · 5 min · audio

Tap or click an underlined word to see its meaning.

Wie is wie

  • Sofia: woont nog niet lang in Nederland. Haar dochter Emma zit in groep 4 van de basisschool.
  • Emma: is zeven jaar en zit in groep 4.
  • Marjan: is een moeder uit de klas van Emma. Zij is de . Elke maand kijkt ze of de kinderen hebben.

Tekst

Het bericht van school is kort. ‘Er is in groep 4. Controleer het haar van uw kind.’ Sofia leest het drie keer, en haar gezicht wordt warm. Hoofdluis.

Toen Sofia klein was, hadden alleen kinderen . Dat zei iedereen. Haar moeder keek dan naar zo’n kind en zei zacht: ‘Die mensen niet.’ Nu gaat Emma elke avond in bad. Twee keer per week wast Sofia het haar van Emma. Bij hen thuis zijn er geen luizen, denkt Sofia, want dat kan niet.

Zondagavond zet ze Emma onder de lamp. Ze kijkt lang in Emma’s haar en ziet niets. Dan kijkt ze achter een , en daar zit iets kleins. Het is bruin, en het .

Emma ziet het ook en begint te . ‘Vorig jaar had een meisje uit mijn klas luizen,’ zegt ze. ‘Iedereen lachte om haar, en niemand wilde naast haar zitten.’

Sofia houdt haar vast en zegt: ‘Dit zeggen we tegen niemand. Woensdag ben jij , dat ik.’ Woensdag komt de , en die kijkt in het haar van alle kinderen.

Maandagochtend brengt Sofia haar dochter naar school. Bij de klas hangt elke jas in een . Sofia dacht altijd dat die zakken tegen de regen waren.

Bij het staat Marjan, een moeder uit de klas. Ze heeft een onder haar arm. ‘Woensdag kom ik ,’ zegt ze tegen de ouders. Sofia kent die lijst al van de eerste schooldag. Toen dacht ze: ‘Marjan kijkt wie er is en wie niet.’ Maar niemand ziet wat Marjan op die lijst schrijft.

Daarna gaat Sofia naar de . Op de staan tegen luizen, en ze pakt de grootste. ‘Die hoeft niet, want kammen is genoeg,’ zegt de man in de winkel. ‘Gebruik deze , elke dag, twee weken lang, dan zijn ze weg.’ Sofia koopt de kam. En de shampoo.

Maandagavond en dinsdagavond kammen ze, met een film aan: Emma kijkt, Sofia kamt. Maandag vindt ze vier luizen, dinsdag nog twee. Dinsdagavond begint ook Sofia’s eigen hoofd te . Ze gaat met de kam naar de in de badkamer. Eén keer kammen is genoeg: op de kam zit een luis. Nu heeft Sofia twee .

Woensdagochtend brengt Sofia haar dochter naar het hek en wil snel weg, voordat Marjan komt. Maar Marjan komt al naar buiten, met de lijst. ‘Vorige maand stonden er twaalf van de achtentwintig kinderen op mijn lijst,’ zegt ze. ‘Twaalf.’ Namen noemt ze niet.

Twaalf van de achtentwintig. Dat is bijna de halve klas, en niemand heeft iets gezegd. Sofia denkt aan de zakken om de jassen en begrijpt het nu. Die zijn niet tegen de regen, maar tegen luizen: . Ze hoort haar eigen : ‘Wij hebben ze ook.’ En dan zegt ze nog iets, omdat het waar is: ‘Ik ook.’

Het is even stil, maar niemand doet . Dan lacht een moeder. ‘Wij ook, al drie keer dit jaar,’ zegt ze. ‘Wij vier keer,’ zegt een andere moeder.

Marjan en zegt: ‘Luizen niet. Ze lopen van hoofd naar hoofd, als kinderen dicht bij elkaar spelen. En schoon haar of vies haar: voor een luis maakt dat niets uit.’ Sofia denkt aan haar moeder.

Die middag komt Emma uit school, en ze huilt niet. ‘Marjan heeft bij iedereen gekeken,’ zegt ze. ‘Bij mij vond ze er nog twee. Niemand lachte.’

Twee weken lang kammen Sofia en Emma elke avond, altijd met dezelfde film aan. Eerst kamt Sofia het haar van Emma, dan kamt Emma het haar van Sofia. De fles shampoo staat nog vol in de badkamer.

Bij de volgende kijkt Marjan in het haar van Emma. Ze schrijft één woord op haar lijst: schoon. Op de deur van de klas hangt een : ‘ .’ Sofia schrijft haar naam erop. Nu heeft zij de lijst. En de kam.

Questions

  1. Wat dacht Sofia vroeger over luizen?

    Antwoord

    Toen ze klein was, hadden alleen vieze kinderen luizen. Dat zei iedereen, ook haar moeder.

  2. Waarom huilt Emma?

    Antwoord

    Vorig jaar had een meisje uit haar klas luizen. Iedereen lachte om haar en niemand wilde naast haar zitten.

  3. Wat zegt de man bij de drogist?

    Antwoord

    De shampoo hoeft niet, want kammen is genoeg: elke dag, twee weken lang. Sofia koopt de kam, maar ook de shampoo.

  4. Wat zegt Marjan woensdag bij het hek?

    Antwoord

    Vorige maand stonden twaalf van de achtentwintig kinderen op haar lijst. Namen noemt ze niet.

  5. Wat doet Sofia aan het eind van het verhaal?

    Antwoord

    Ze schrijft haar naam op het briefje voor luizenouders. Nu heeft zij de lijst en de kam.

Word list

DutchEnglish
het berichtmessage
de luis, de luizenlouse, lice
de hoofdluishead lice
controlerento check
viesdirty
zich wassento wash oneself
in bad gaanto have a bath
het oorear
bewegento move
huilento cry
lachen omto laugh at
vasthoudento hold (someone) tight
de luizenmoederlice mom: a parent who checks the class for lice
schoonclean
belovento promise
de drogistdrugstore
de plankshelf
de flesbottle
de shampooshampoo
de kamcomb
kammento comb
de jas, de jassencoat, coats
de zakbag
plasticplastic
de regenrain
het hekgate, fence
de lijstlist
de ouder, de oudersparent, parents
halfhalf (de halve klas: half the class)
jeukento itch
de spiegelmirror
de badkamerbathroom
het geheimsecret
de luizencapelice cape: a bag over a coat at school
de stemvoice
een stap naar achteren doento take a step back
knikkento nod
springento jump
dat maakt niets uitthat makes no difference
de controlecheck, inspection
het briefjenote
de luizenouderlice parent: a parent who checks the class for lice
gezochtwanted (looked for)

Keep reading

More at A2

  • Chapter

    Dracula, hoofdstuk 1: Weet u welke dag het is?

    Jonathan Harker reist naar het kasteel van graaf Dracula. Een oude vrouw in het hotel is bang. Ze zegt dat hij niet moet gaan. Hoofdstuk 1 van Dracula, op A2.

    1,085 words · 5 min · audio

  • KNM

    De Afsluitdijk

    De Afsluitdijk is 32 kilometer lang en klaar in 1932. Hij maakt van de Zuiderzee het IJsselmeer. Een tekst op A2 uit de Canon van Nederland.

    455 words · 3 min · audio

  • Chapter

    Alice in Wonderland, hoofdstuk 1: Drink mij

    Alice volgt een wit konijn met een horloge een hol in. Diep onder de grond vindt ze een kleine deur naar een heel mooie tuin. Hoofdstuk 1, op A2.

    1,009 words · 5 min · audio

Grammar in this text: Niet and geen