Zo werkt deze KNM-test

Klik op ‘Begin het oefenexamen’. Je krijgt dan steeds drie vragen over één thema. Kies bij elke vraag een antwoord en klik op ‘Kijk je antwoorden na’. Dan zie je of je antwoord goed is, met een korte uitleg. Lees die uitleg altijd, ook als je het goed had. Aan het einde zie je je score.

Werkt de knop niet? Dan kun je de vragen hieronder ook zo maken. Onder elke vraag staat ‘Laat het antwoord zien’, met de uitleg. Bij elk thema staat ook een link naar een tekst over dat thema.

Het echte examen KNM

Het echte examen maak je op een computer, op een locatie van DUO. Het duurt 45 minuten, en je krijgt meerkeuzevragen, vaak na een korte video of een foto. Meer over het examen, zoals de prijs en de uitslag, lees je op de pagina KNM oefenen.

De 24 oefenvragen

Werk en inkomenA2

  1. Tomasz werkt in een fabriek. In mei krijgt hij extra geld van zijn werkgever. Hoe heet dat geld?

    • Het minimumloon
    • Het vakantiegeld
    • De loonbelasting
    Laat het antwoord zien

    Het vakantiegeld

    Vakantiegeld is minstens acht procent van je loon en komt meestal in mei of juni.

  2. Priya heeft een nieuwe baan. Ze begint maandag. Wat moet ze vóór haar eerste werkdag aan haar werkgever laten zien?

    • Haar paspoort of ID-kaart
    • Haar diploma van school
    • Haar nieuwe huurcontract
    Laat het antwoord zien

    Haar paspoort of ID-kaart

    Dat moet van de wet: je werkgever moet weten wie je bent.

  3. Linda heeft een tijdelijk contract tot 1 juni. In april wordt ze ziek. In juli is ze nog steeds ziek. Van wie krijgt ze dan geld?

    • Van haar werkgever, tot ze weer beter is.
    • Van de gemeente, want ze heeft geen werk.
    • Van het UWV, want haar contract is voorbij.
    Laat het antwoord zien

    Van het UWV, want haar contract is voorbij.

    Bij ziekte betaalt je werkgever tot het einde van een tijdelijk contract, en daarna betaalt het UWV.

Lees de tekst over werk en inkomen

Omgangsvormen, waarden en normenA2

  1. Daan en Femke wonen sinds een week in een nieuw huis. Wat doen veel mensen in Nederland dan?

    • Ze stellen zich even voor aan de buren.
    • Ze wachten tot de buren bij hen komen.
    • Ze geven meteen een feest voor de straat.
    Laat het antwoord zien

    Ze stellen zich even voor aan de buren.

    Veel mensen doen dat in een nieuw huis: ze zeggen hun naam en hun huisnummer.

  2. De baas van Iryna zegt: ‘Dit werk is niet goed. Doe het nog een keer.’ Iryna schrikt een beetje. Is haar baas onbeleefd?

    • Ja, hij wil dat Iryna weggaat.
    • Nee, want een baas mag alles zeggen.
    • Nee, hij zegt direct wat hij denkt.
    Laat het antwoord zien

    Nee, hij zegt direct wat hij denkt.

    Direct zeggen wat je denkt, is in Nederland meestal niet onbeleefd bedoeld.

  3. Kerem is twintig jaar. Hij wil geen geloof hebben, maar zijn familie vindt dat niet goed. Wat zegt de wet in Nederland?

    • Hij moet het geloof van zijn ouders volgen.
    • De overheid kiest een geloof voor iedereen.
    • Hij kiest zelf: een geloof of geen geloof.
    Laat het antwoord zien

    Hij kiest zelf: een geloof of geen geloof.

    Er is vrijheid van godsdienst: je kiest zelf een geloof, of geen geloof.

Lees de tekst over omgangsvormen, waarden en normen

WonenA2

  1. Rami verhuist uit zijn huurhuis. Hij heeft twee maanden huur als borg betaald. Er is niets kapot. Wanneer krijgt hij de borg terug?

    • Binnen twee maanden
    • Binnen veertien dagen
    • Binnen een half jaar
    Laat het antwoord zien

    Binnen veertien dagen

    Als er niets kapot is, krijg je de borg binnen veertien dagen terug.

  2. Joana woont in een flat. Zaterdagavond geeft ze een feest voor haar verjaardag. Wat doet ze eerst?

    • Ze vertelt het aan haar buren.
    • Ze vraagt het aan de gemeente.
    • Ze meldt het bij de verhuurder.
    Laat het antwoord zien

    Ze vertelt het aan haar buren.

    In Nederland wonen mensen vaak dicht bij elkaar, dus je vertelt het eerst aan je buren.

  3. Hamid krijgt een brief van het waterschap. Hij moet belasting betalen. Waarvoor is die belasting?

    • Voor het afval en de bibliotheek
    • Voor de dijken en schoon water
    • Voor de huur van zijn woning
    Laat het antwoord zien

    Voor de dijken en schoon water

    Het waterschap zorgt voor de dijken en maakt vies water schoon.

Lees de tekst over wonen

Gezondheid en gezondheidszorgA2

  1. Wei is 35 jaar. Hij slaapt al weken slecht en gaat naar de huisarts. Betaalt hij voor dat bezoek eigen risico?

    • Ja, want hij is ouder dan achttien.
    • Nee, want het is zijn eerste bezoek.
    • Nee, de huisarts kost hem niets.
    Laat het antwoord zien

    Nee, de huisarts kost hem niets.

    Voor een bezoek aan de huisarts betaal je niets, ook geen eigen risico.

  2. Anouk heeft een recept van de huisarts gekregen. Waar haalt ze haar medicijnen?

    • Bij de drogist
    • Bij de apotheek
    • Bij het ziekenhuis
    Laat het antwoord zien

    Bij de apotheek

    Medicijnen met een recept haal je bij de apotheek, niet bij de drogist.

  3. Oksana heeft een baby van drie maanden. Ze wil weten of haar baby goed groeit. Waar gaat ze naartoe?

    • Naar het consultatiebureau
    • Naar de huisartsenpost
    • Naar het ziekenhuis
    Laat het antwoord zien

    Naar het consultatiebureau

    Kinderen tot vier jaar gaan naar het consultatiebureau: daar kijkt een dokter of verpleegkundige of ze goed groeien.

Lees de tekst over gezondheid en gezondheidszorg

Geschiedenis en geografieA2

  1. Kwame woont in Den Haag. Een vriend zegt: ‘Den Haag is de hoofdstad van Nederland.’ Klopt dat?

    • Nee, de hoofdstad is Amsterdam.
    • Ja, want daar zit de regering.
    • Nee, de hoofdstad is Rotterdam.
    Laat het antwoord zien

    Nee, de hoofdstad is Amsterdam.

    Amsterdam is de hoofdstad, maar de regering zit in Den Haag.

  2. Lotte leest het dagboek van Anne Frank. Waarom verstopte Anne zich met haar familie in Amsterdam?

    • Ze was ziek en mocht niet naar buiten.
    • Ze wilde rustig schrijven in haar dagboek.
    • De nazi’s stuurden Joden naar kampen.
    Laat het antwoord zien

    De nazi’s stuurden Joden naar kampen.

    Anne was Joods, en in de oorlog stuurden de nazi’s Joden naar kampen.

  3. Bram leest over de schilder Rembrandt. Rembrandt leefde in de Gouden Eeuw. Welke jaren zijn dat?

    • Van 1500 tot 1600
    • Van 1600 tot 1700
    • Van 1800 tot 1900
    Laat het antwoord zien

    Van 1600 tot 1700

    De Gouden Eeuw is de tijd van 1600 tot 1700, toen Nederland rijk was.

Lees de tekst over de geschiedenis van Nederland

InstantiesA2

  1. Pedro komt uit Brazilië en woont nu in Nederland. Hij wil weten of hij hier mag blijven. Welke instantie beslist over zijn verblijfsvergunning?

    • De gemeente
    • Het UWV
    • De IND
    Laat het antwoord zien

    De IND

    De IND beslist over je verblijfsvergunning, en het UWV helpt als je geen werk hebt.

  2. Dmytro leert Nederlands en wil het inburgeringsexamen doen. Welke instantie regelt de examens van de inburgering?

    • Het UWV
    • DUO
    • De IND
    Laat het antwoord zien

    DUO

    DUO regelt de examens van de inburgering, en de IND beslist over je verblijfsvergunning.

  3. Aylin woont pas een week in Nederland. Ze wil een rekening bij de bank openen. Daarvoor heeft ze een BSN nodig. Waar krijgt ze dat nummer?

    • Bij de gemeente
    • Bij de bank zelf
    • Bij de huisarts
    Laat het antwoord zien

    Bij de gemeente

    Je schrijft je in bij de gemeente, en dan krijg je een BSN.

Lees over de instanties op de pagina KNM oefenen

Staatsinrichting en rechtsstaatA2

  1. In de gemeente van Marta komt een nieuwe burgemeester. Kan Marta op de burgemeester stemmen?

    • Ja, bij de verkiezing van de gemeenteraad.
    • Nee, de regering benoemt de burgemeester.
    • Nee, de Tweede Kamer kiest de burgemeester.
    Laat het antwoord zien

    Nee, de regering benoemt de burgemeester.

    De burgemeester kies je niet: de gemeenteraad zoekt iemand, en daarna benoemt de regering die burgemeester.

  2. Lucía komt uit een land van de Europese Unie. Ze woont sinds een jaar in Rotterdam. Mag ze stemmen voor de gemeenteraad?

    • Ja, want ze komt uit de Europese Unie.
    • Nee, ze moet hier eerst vijf jaar wonen.
    • Ja, maar pas als ze Nederlands spreekt.
    Laat het antwoord zien

    Ja, want ze komt uit de Europese Unie.

    Mensen uit een land van de Europese Unie mogen meteen stemmen voor de gemeenteraad.

  3. Farid leest in de krant over een nieuwe wet. Wie maken in Nederland samen de wetten?

    • De koning en de rechters
    • De burgemeester en de raad
    • De regering en het parlement
    Laat het antwoord zien

    De regering en het parlement

    De regering en het parlement maken samen de wetten: eerst stemt de Tweede Kamer, daarna de Eerste Kamer.

Lees de tekst over staatsinrichting en rechtsstaat

Onderwijs en opvoedingA2

  1. Abdi is twaalf jaar. Hij blijft vaak zonder reden weg van school. Wat doet de school dan?

    • Ze meldt het bij de leerplichtambtenaar.
    • Ze stuurt Abdi naar een andere school.
    • Ze belt meteen de politie over Abdi.
    Laat het antwoord zien

    Ze meldt het bij de leerplichtambtenaar.

    De school meldt het bij de leerplichtambtenaar, en de ouders kunnen een boete krijgen.

  2. Nadia volgt de inburgering en haar man werkt. Hun dochter gaat drie dagen per week naar de kinderopvang. Kunnen ze kinderopvangtoeslag krijgen?

    • Nee, de kinderopvang is altijd gratis.
    • Ja, maar alleen als Nadia ook werkt.
    • Ja, want Nadia volgt de inburgering.
    Laat het antwoord zien

    Ja, want Nadia volgt de inburgering.

    Als jij en je partner werken, leren of de inburgering volgen, krijg je misschien kinderopvangtoeslag.

  3. Bayu zit in groep 8. Hij krijgt het advies vmbo. Bij de doorstroomtoets is zijn uitslag hoger: havo. Wat doet de school meestal?

    • Het advies blijft altijd vmbo.
    • De school maakt het advies hoger.
    • Bayu moet de toets nog eens maken.
    Laat het antwoord zien

    De school maakt het advies hoger.

    Bij een hogere uitslag moet de school het advies meestal hoger maken.

Lees de tekst over onderwijs en opvoeding

Zijn dit echte vragen van het examen KNM?

Nee. De echte examenvragen zijn geheim. Dit zijn oefenvragen over dezelfde acht thema’s. Zo leer je de feiten. Hoe het echte examen eruitziet, zie je in het officiële oefenexamen op inburgeren.nl.

Haal ik de KNM-toets als ik hier alles goed heb?

Dat is niet zeker, want de vragen in het echte examen zijn anders. Maar heb je hier bijna alles goed? Dan ken je al veel feiten over de acht thema’s. Had je een vraag fout? Lees dan de tekst over dat thema.

Kan ik ook op papier oefenen?

Ja. Op de pagina KNM oefenen staat een gratis pdf. Daarin staan acht korte teksten over de thema’s, met vragen. De antwoorden staan op de laatste bladzijde.