A1 Beginner
De deur
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Luca: woont twee maanden in Nederland, op de derde van een flat. Om vier uur heeft hij een .
- Sara: een meisje van tien. Ze woont naast Luca, met haar vader.
Tekst
‘.’
Luca om. De deur is dicht. Zijn sleutels liggen binnen. Zijn telefoon ook.
Door het raam ziet hij de in de keuken. Het is drie uur. Om vier uur heeft hij een . Het is twintig minuten naar het bedrijf.
Luca staat op zijn , op de derde . Elke dag geeft hij hier de water. Maar nu is de deur achter hem . Aan de heeft de deur geen .
Luca en trekt, maar de deur blijft dicht. Zijn ligt binnen, op het bed.
Luca kijkt naar beneden. Er is niemand op straat. Beneden staat een fiets met een .
Op het balkon naast hem zit een meisje. Ze is tien en ze leest een boek. Ze niet op.
Luca roept naar beneden: ‘Hallo! Hallo!’ Een man loopt voorbij. Hij kijkt naar boven.
Luca zoekt het juiste woord, maar hij kent het niet. ‘Ik ben dicht!’ roept hij. De man lacht en door.
Een vrouw loopt voorbij. ‘Help! Ik ben dicht!’ roept Luca. ‘Fijne dag!’ zegt ze, en ze loopt ook door.
Luca wordt rood en kijkt naar het meisje. ‘Hallo? Ik ben dicht,’ zegt hij.
Het meisje leest verder en kijkt niet op. ‘Ze luistert niet,’ denkt Luca.
Luca kijkt naar de klok: . Hij kijkt naar zijn pak op het bed. Hij kijkt naar de straat.
Dan het meisje haar boek neer. ‘U bent niet dicht,’ zegt ze. ‘Dat heet .’
‘Ik ben Sara,’ zegt ze. ‘Wacht even.’ Sara gaat naar binnen en Luca wacht.
Dan komt Sara terug met haar vader. Hij heeft een sleutel in zijn hand. ‘Wij zijn de ,’ zegt hij. ‘De heeft ons een sleutel gegeven.’
De vader van Sara loopt naar de van Luca. Tien minuten later gaat de deur van het balkon open. Van binnen.
‘Dank u wel!’ zegt Luca. ‘En dank je wel, Sara!’ Sara lacht en leest weer verder.
Luca naar binnen en zijn pak aan. Hij pakt zijn sleutels en zijn telefoon. Dan fietst hij heel snel naar het bedrijf.
Om vijf voor vier is Luca bij het bedrijf. Hij staat bij de deur, in zijn pak. Hij is een beetje . Deze deur gaat open.
Hij kent nu een nieuw woord. Buitengesloten. En hij weet waar de andere sleutel ligt. Bij Sara.
Questions
Waarom kan Luca niet naar binnen?
Antwoord
De deur van het balkon is dicht. Aan de buitenkant heeft de deur geen deurkruk. Zijn sleutels liggen binnen.
Wat roept Luca naar de straat?
Antwoord
‘Ik ben dicht!’ Dat is niet goed. Het woord is: buitengesloten.
Waarom kijkt het meisje niet op?
Antwoord
Ze leest een boek. Luca denkt: ze luistert niet. Maar ze luistert wel.
Wie heeft een sleutel van het huis van Luca?
Antwoord
De buren, de vader van Sara. De eigenaar heeft de buren een sleutel gegeven.
Hoe laat is Luca bij het bedrijf?
Antwoord
Om vijf voor vier. Hij staat bij de deur, in zijn pak, een beetje buiten adem.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| klik | click (the sound of a door shutting) |
| omkijken, kijkt ... om | to look around, to look back |
| de sleutel | key |
| dicht | shut, closed |
| open | open |
| opengaan, gaat ... open | to open (of a door) |
| naar binnen | inside, in (to go in) |
| de klok | clock |
| het sollicitatiegesprek | job interview |
| het bedrijf | company |
| fietsen | to cycle, to ride a bike |
| het balkon | balcony |
| de verdieping | floor (of a building) |
| de plant | plant |
| water geven | to water (plants) |
| dichtvallen | to fall shut |
| de buitenkant | outside (of something) |
| de deurkruk | door handle |
| duwen | to push |
| trekken | to pull |
| het pak | suit |
| pakken | to take, to grab |
| beneden | down, downstairs |
| het kinderzitje | child seat (on a bike) |
| opkijken, kijkt ... op | to look up (from a book) |
| ongeveer | about, roughly |
| pas | only (not longer than) |
| de buren | neighbors |
| roepen | to call out, to shout |
| naar boven | up, upward |
| doorlopen, loopt ... door | to walk on |
| voorbij | past |
| Fijne dag! | Have a nice day! |
| help | help! (from helpen) |
| rood worden | to go red, to blush |
| luisteren | to listen |
| verder lezen, leest verder | to go on reading |
| kwart over drie | a quarter past three (3:15) |
| neerleggen, legt ... neer | to put down |
| buitengesloten zijn | to be locked out |
| wachten | to wait |
| Wacht even | Wait a moment |
| terugkomen, komt ... terug | to come back |
| de eigenaar | owner (here: the landlord) |
| de voordeur | front door |
| dank u wel, dank je wel | thank you (u to an adult, je to a child or a friend) |
| rennen | to run |
| aantrekken, trekt ... aan | to put on (clothes) |
| buiten adem | out of breath |
| het woord | word |
Keep reading
- Previous textEen uur te vroeg
- Next textMelk op zondag
More at A1
Story
Kaart geweigerd
Fatou staat bij de kassa met een volle winkelwagen voor het feest van haar dochter. De machine zegt: ‘Kaart geweigerd.’ Een verhaal op A1 over pinnen.
Grammar in this text: Separable verbs split in two