A1 Beginner

De deur

Story · 429 words · 3 min · audio

Tap or click an underlined word to see its meaning.

Wie is wie

  • Luca: woont twee maanden in Nederland, op de derde van een flat. Om vier uur heeft hij een .
  • Sara: een meisje van tien. Ze woont naast Luca, met haar vader.

Tekst

‘.’

Luca om. De deur is dicht. Zijn sleutels liggen binnen. Zijn telefoon ook.

Door het raam ziet hij de in de keuken. Het is drie uur. Om vier uur heeft hij een . Het is twintig minuten naar het bedrijf.

Luca staat op zijn , op de derde . Elke dag geeft hij hier de water. Maar nu is de deur achter hem . Aan de heeft de deur geen .

Luca en trekt, maar de deur blijft dicht. Zijn ligt binnen, op het bed.

Luca kijkt naar beneden. Er is niemand op straat. Beneden staat een fiets met een .

Op het balkon naast hem zit een meisje. Ze is tien en ze leest een boek. Ze niet op.

Luca roept naar beneden: ‘Hallo! Hallo!’ Een man loopt voorbij. Hij kijkt naar boven.

Luca zoekt het juiste woord, maar hij kent het niet. ‘Ik ben dicht!’ roept hij. De man lacht en door.

Een vrouw loopt voorbij. ‘Help! Ik ben dicht!’ roept Luca. ‘Fijne dag!’ zegt ze, en ze loopt ook door.

Luca wordt rood en kijkt naar het meisje. ‘Hallo? Ik ben dicht,’ zegt hij.

Het meisje leest verder en kijkt niet op. ‘Ze luistert niet,’ denkt Luca.

Luca kijkt naar de klok: . Hij kijkt naar zijn pak op het bed. Hij kijkt naar de straat.

Dan het meisje haar boek neer. ‘U bent niet dicht,’ zegt ze. ‘Dat heet .’

‘Ik ben Sara,’ zegt ze. ‘Wacht even.’ Sara gaat naar binnen en Luca wacht.

Dan komt Sara terug met haar vader. Hij heeft een sleutel in zijn hand. ‘Wij zijn de ,’ zegt hij. ‘De heeft ons een sleutel gegeven.’

De vader van Sara loopt naar de van Luca. Tien minuten later gaat de deur van het balkon open. Van binnen.

‘Dank u wel!’ zegt Luca. ‘En dank je wel, Sara!’ Sara lacht en leest weer verder.

Luca naar binnen en zijn pak aan. Hij pakt zijn sleutels en zijn telefoon. Dan fietst hij heel snel naar het bedrijf.

Om vijf voor vier is Luca bij het bedrijf. Hij staat bij de deur, in zijn pak. Hij is een beetje . Deze deur gaat open.

Hij kent nu een nieuw woord. Buitengesloten. En hij weet waar de andere sleutel ligt. Bij Sara.

Questions

  1. Waarom kan Luca niet naar binnen?

    Antwoord

    De deur van het balkon is dicht. Aan de buitenkant heeft de deur geen deurkruk. Zijn sleutels liggen binnen.

  2. Wat roept Luca naar de straat?

    Antwoord

    ‘Ik ben dicht!’ Dat is niet goed. Het woord is: buitengesloten.

  3. Waarom kijkt het meisje niet op?

    Antwoord

    Ze leest een boek. Luca denkt: ze luistert niet. Maar ze luistert wel.

  4. Wie heeft een sleutel van het huis van Luca?

    Antwoord

    De buren, de vader van Sara. De eigenaar heeft de buren een sleutel gegeven.

  5. Hoe laat is Luca bij het bedrijf?

    Antwoord

    Om vijf voor vier. Hij staat bij de deur, in zijn pak, een beetje buiten adem.

Word list

DutchEnglish
klikclick (the sound of a door shutting)
omkijken, kijkt ... omto look around, to look back
de sleutelkey
dichtshut, closed
openopen
opengaan, gaat ... opento open (of a door)
naar binneninside, in (to go in)
de klokclock
het sollicitatiegesprekjob interview
het bedrijfcompany
fietsento cycle, to ride a bike
het balkonbalcony
de verdiepingfloor (of a building)
de plantplant
water gevento water (plants)
dichtvallento fall shut
de buitenkantoutside (of something)
de deurkrukdoor handle
duwento push
trekkento pull
het paksuit
pakkento take, to grab
benedendown, downstairs
het kinderzitjechild seat (on a bike)
opkijken, kijkt ... opto look up (from a book)
ongeveerabout, roughly
pasonly (not longer than)
de burenneighbors
roepento call out, to shout
naar bovenup, upward
doorlopen, loopt ... doorto walk on
voorbijpast
Fijne dag!Have a nice day!
helphelp! (from helpen)
rood wordento go red, to blush
luisterento listen
verder lezen, leest verderto go on reading
kwart over driea quarter past three (3:15)
neerleggen, legt ... neerto put down
buitengesloten zijnto be locked out
wachtento wait
Wacht evenWait a moment
terugkomen, komt ... terugto come back
de eigenaarowner (here: the landlord)
de voordeurfront door
dank u wel, dank je welthank you (u to an adult, je to a child or a friend)
rennento run
aantrekken, trekt ... aanto put on (clothes)
buiten ademout of breath
het woordword

Keep reading

More at A1

  • Story

    Kaart geweigerd

    Fatou staat bij de kassa met een volle winkelwagen voor het feest van haar dochter. De machine zegt: ‘Kaart geweigerd.’ Een verhaal op A1 over pinnen.

    361 words · 3 min · audio

Grammar in this text: Separable verbs split in two