A1 Beginner
Roodkapje
Jacob en Wilhelm Grimm, Roodkapje (Rotkäppchen, 1812), vertaald en bewerkt op niveau A1 door Dutch Readers
Tap or click an underlined word to see its meaning.
Wie is wie
- Roodkapje: een meisje met een rode .
- Grootmoeder: de grootmoeder van Roodkapje. Ze is ziek en ze woont in het .
- De wolf: een grote in het bos.
Blijf op het pad
een meisje met een rode . Haar moeder geeft haar een stuk en een voor grootmoeder. ‘Blijf op het ,’ zegt haar moeder. ‘Anders val je en je de fles.’
Het meisje heeft de kap ooit van grootmoeder gekregen. Ze draagt hem altijd, dus iedereen noemt haar Roodkapje.
Grootmoeder is ziek en woont alleen in het . Soms kijkt een even bij haar.
De wolf
In het bos Roodkapje een tegen. Ze is niet bang.
‘Goedemorgen, Roodkapje,’ zegt hij. ‘Waar ga je naartoe?’
‘Naar grootmoeder, met koek en wijn.’
‘En waar woont je grootmoeder?’
‘In een klein huis onder drie grote bomen.’
De wolf denkt: ‘Dat meisje is lekker eten. Grootmoeder ook. Ik ze op.’
‘Kijk eens naar de mooie bloemen!’ zegt hij.
‘Ik bloemen voor grootmoeder,’ denkt Roodkapje. Ze loopt van het pad af, het bos in. .
Wat heeft u grote oren!
De wolf naar het huis van grootmoeder. Hij op de deur.
‘Wie is daar?’ vraagt grootmoeder.
‘Roodkapje,’ zegt de wolf. ‘Ik heb koek en wijn.’
‘Kom maar binnen,’ roept grootmoeder.
Hij gaat naar binnen en eet grootmoeder op. Dan doet hij haar kleren aan. Hij gaat in haar bed liggen.
Met veel bloemen loopt Roodkapje naar het huis. Ze gaat naar binnen. In het bed ligt grootmoeder. Maar ze .
‘Grootmoeder, wat heeft u grote oren!’
‘Dan kan ik je beter horen.’
‘Grootmoeder, wat heeft u grote ogen!’
‘Dan kan ik je beter zien.’
‘Grootmoeder, wat heeft u grote handen!’
‘Dan kan ik je beter pakken.’
‘Maar grootmoeder, wat heeft u een grote mond!’
‘Dan kan ik je beter opeten!’
De wolf uit het bed. Hij eet Roodkapje ook op.
Wie snurkt daar?
De wolf ligt weer in bed en slaapt. Hij heel hard.
De jager loopt langs het huis. ‘Grootmoeder snurkt nooit zo hard,’ denkt hij.
Hij gaat naar binnen. In het bed ligt de wolf!
De jager wil . Maar dan denkt hij: ‘Misschien leeft grootmoeder nog.’
Hij pakt een . Hij de van de wolf open. Hij ziet de rode kap. Daar komt Roodkapje uit de wolf!
‘Ik was zo bang!’ roept ze. ‘Het was zo in de wolf!’
Dan komt grootmoeder uit de wolf. Ze leeft nog.
Roodkapje haalt grote . De jager en Roodkapje de stenen in de wolf.
De wolf wordt wakker en wil weg. Maar de stenen zijn te zwaar. Hij valt en is dood.
Grootmoeder eet de koek en drinkt de wijn. Nu voelt ze zich beter.
Roodkapje gaat weer naar huis. Naast het pad staan mooie bloemen. Ze kijkt even naar de bloemen. Dan loopt ze verder, op het pad.
Questions
Wat zegt de moeder van Roodkapje?
Antwoord
Blijf op het pad. Anders val je en breek je de fles.
Wat vertelt Roodkapje aan de wolf?
Antwoord
Waar grootmoeder woont: in een klein huis onder drie grote bomen.
Waarom loopt Roodkapje van het pad af?
Antwoord
Ze wil bloemen plukken voor grootmoeder.
Waarom gaat de jager het huis in?
Antwoord
Hij hoort iemand heel hard snurken. Grootmoeder snurkt nooit zo hard.
Plukt Roodkapje aan het eind weer bloemen?
Antwoord
Nee. Ze kijkt even naar de bloemen. Dan loopt ze verder, op het pad.
Word list
| Dutch | English |
|---|---|
| er was eens | once upon a time (there was) |
| de kap | hood, cap |
| het bos | wood, forest |
| de wolf | wolf |
| de koek | cake |
| de fles | bottle |
| de wijn | wine |
| het pad | path |
| breken | to break |
| de jager | hunter |
| tegenkomen | to meet (by chance) |
| opeten | to eat up |
| plukken | to pick |
| steeds verder | further and further |
| rennen | to run |
| kloppen | to knock |
| eruitzien | to look (appearance) |
| springen | to jump |
| snurken | to snore |
| schieten | to shoot |
| de schaar | pair of scissors |
| openknippen | to cut open |
| de buik | belly |
| donker | dark |
| de steen, de stenen | stone, stones |
| stoppen (in) | to put (in) |
Keep reading
- Previous textDe volle broodtrommel
More at A1
Story
Geen stroom
Amara woont in Zaandam. Om zeven uur komen de ouders van haar vriend voor het eerst eten. Om half zeven is de keuken donker. Een verhaal op A1 over stroom.
Story
Controle
Wei doet in Breda voor het eerst boodschappen met de handscanner. Aan het eind staat op het scherm: controle. Een A1-verhaal over zelfscannen.
Story
Fietsles
Tesfay woont in Den Bosch met zijn dochter Selam. Iedereen fietst, Selam ook, maar Tesfay loopt naar zijn werk. Een verhaal op A1 over een fiets in de gang.
Grammar in this text: Separable verbs split in two